Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2027-2030 Begroting 2027-2030

Financiële begroting

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 2004 is de gemeente verplicht een overzicht van de financiële begroting (overzicht van baten en lasten) samen te stellen. De uiteenzetting van de financiële positie en het overzicht van baten en lasten vormen samen de financiële begroting. Verder wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de Financiële structuur. Aansluitend is een toelichting op het resultaat van de primitieve begroting opgenomen.

De uiteenzetting van de financiële positie bevat:

  • de baten en lasten van bestaand beleid
  • de investeringen, gesplitst in investeringen met een economisch of een maatschappelijk nut
  • de financiering
  • de stand en het verloop van de reserves en voorzieningen.

Deze gegevens zijn bijna allemaal al in een ander onderdeel van de begroting opgenomen, maar worden hier in verband met de voorschriften van het BBV nogmaals weergegeven.

Uitgangspunten begroting

Wij streven naar een financieel duurzaam beleid met een begroting die op lange termijn in evenwicht is. We zorgen ervoor dat structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Hierbij staat het principe centraal dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom streven we ernaar om de belastingdruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven beperkt te houden. Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt.

Deze begroting is de uitwerking van de Kadernota 2027-2030 die u op 7 juli 2026 voor kennisgeving heeft aangenomen. De kadernota gaf u een doorkijk naar de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 en bevat zowel de kaders voor het verder uitwerken van de begroting als een vooruitblik voor de komende jaren. De Kadernota liet voor alle jaren 2027-2030 een negatief begrotingssaldo zien. Door een kritische beoordeling van de begrotingscijfers, rekening houdend met de realisatiecijfers van afgelopen jaren, zijn we erin geslaagd de negatieve saldi enigszins terug te dringen . Daarnaast zijn er nog enkele mutaties vanuit de organisatie aangeleverd en verwerkt in de cijfers. Het eindresultaat is een beperkt positief saldo voor 2027. Echter, voor het meerjarenperspectief 2028-2030 resteren negatieve cijfers.

Begrotingsadvies 2027–2030 VNG

Achtergrond en opbouw van het advies

Gemeenten bevinden zich nog steeds in een financieel onzekere tijd. Primair wordt dit veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door de ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028. Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten.

In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de afspraak rond de Commissie-Van Ark herbevestigd. Daarbij heeft het kabinet onderstreept dat dit advies zwaarwegend en maatgevend is. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet en deze niet verwijtbaar is aan gemeentelijk handelen. Daarom kan het in onze visie niet zo zijn dat gemeenten op dit moment vanwege de oplopende kosten voor de jeugdzorg tal van bezuinigingen moeten doorvoeren op andere beleidsterreinen. Of lasten moeten verhogen om de begroting vanaf 2028 sluitend te krijgen.

Dit levert onzekerheid op en maakt dat de VNG zich genoodzaakt ziet om ook dit jaar een begrotingsadvies af te geven. Onze leden hebben namelijk de wens uitgesproken een eenduidige lijn te hanteren over hoe gemeenten de jeugdzorg in hun begroting opnemen. De onzekerheid wordt nog versterkt door de ingeboekte besparing op de Huishoudelijke Hulp in de Wmo, vanaf 2029. Deze is vastgelegd in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten, maar hier is nog geen beleidsmatig plan voor opgesteld.

Daarom adviseert de VNG gemeenten nadrukkelijk:

1. Maak de begroting voor 2027 sluitend.

We adviseren ten minste boekjaar 2027 structureel en reëel sluitend te maken, zodat de toezichthouder de gemeente niet onder preventief toezicht stelt.

2. Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt.

Maak een realistische inschatting voor de kosten voor 2028 en verder, waarbij u aangeeft met welke maatregelen u de beïnvloedbare kosten tracht te verlagen, zoals de toezichthouder wenst. Neem daarnaast de volgende stelposten op:

A. Stelpost aanvullende maatregelen

Er zijn aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025 die vanaf 2028 financieel vertaald zijn in een bezuiniging. Dit gaat onder andere over de invoering van een eigen bijdrage (€ 260 miljoen) en het sturen op de verkorting van de trajectduur (€ 68 miljoen).

Het advies is, evenals vorig jaar, om deze maatregelen budgetneutraal te maken: korting versus besparing/inkomsten. Bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”).

Zienswijze toezichthouder

De toezichthouder heeft aangegeven dat hij deze stelposten zal toestaan. Het rijk is immers verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is.

B. Stelpost Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

Gemeenten doen er alles aan om via besparingsmaatregelen de kosten van jeugdzorg aan te laten sluiten bij het beschikbare budget. Vanaf 2028 is dit vanwege de ingeboekte bezuinigingen een enorme opgave. Begin 2027 zal de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zich uitspreken over de balans tussen kosten en budget, over 2026/2027 en ook over 2028 en verder. Het is zeer onwenselijk om nu al bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te boeken vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg, terwijl het oordeel van de deskundigencommissie begin 2027 pas volgt.

Het advies is om wederom een stelpost op te nemen voor het resterende tekort na realistische raming van de lasten jeugdzorg en de toepassing van de hierboven genoemde stelposten, namelijk de aanvullende maatregelen besparing trajectduur en eigen bijdrage.

Voer in de begroting vanaf 2028 deze nieuwe stelpost op onder de titel “Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd”. De VNG hanteert als uitgangspunt artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet: medebewind is voor rekening en risico rijk – dus we brengen baten en lasten voor jeugdzorg in balans.

Zienswijze toezichthouder

Voor deze stelpost geeft de toezichthouder aan dat hij op basis van de geldende wet- en regelgeving, en het daarop gebaseerde Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK), niet akkoord kan gaan met deze stelpost. Dit geldt zolang er geen zwart-op-wit toezegging van het kabinet is dat het de kosten volledig compenseert naar aanleiding van de uitspraken van de deskundigencommissie.

3.Gebruik een stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo

Vanaf 2029 wordt er structureel € 1 miljard uit het Gemeentefonds genomen, omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. Tot op heden is nog onduidelijk hoe dit vorm krijgt, terwijl de korting al wel verwerkt is. Daarmee is het onduidelijk of en in welke mate gemeenten deze kosten moeten blijven maken vanaf 2029.

Het advies is om de vanaf 2029 ingeboekte bezuiniging op huishoudelijke hulp via een stelpost teniet te doen onder de titel “Afschaffing huishoudelijke hulp”.

Zienswijze toezichthouder

Mogelijk gaan de toezichthouders deze stelpost toestaan, maar dit moeten zij bestuurlijk nog accorderen. Als dat gebeurt, komt er een aanvulling op de begrotingscirculaire. Tot die tijd is het noodzakelijk hierover met de toezichthouder te overleggen. Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is.

4.Neem passages op over de stelposten in de risicoparagraaf

Er zijn risico’s die gemeenten moeten nemen door het opnemen van deze stelposten. Wij adviseren om hierover deze passages op te nemen in de risicoparagraaf:

“In de Voorjaarsnota 2025 zijn afspraken gemaakt over het zwaarwegende advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in 2027 met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg. Deze afspraken heeft het huidige kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 herbevestigd. Vooruitlopend op deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt.”

“In de Voorjaarsnota 2026 is een korting toegepast op het Gemeentefonds vanwege het afschaffen van de huishoudelijke hulp in de Wmo. Het is nog onduidelijk hoe deze bezuiniging wordt ingevuld, wat maakt dat wij de korting vanaf 2029 via een stelpost tenietdoen. Deze stelpost is onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder.”

Gegeven de onzekerheid ten aanzien van het volledig opvolgen van het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, adviseren wij dat u aanvullend een financiële raming maakt van dit risico en dit verwerkt in uw weerstandsvermogen.

Wij nemen de adviezen van de VNG in belangrijke mate over. Het advies om de effecten van kortingen transparant in beeld te brengen onderschrijven wij, al geldt dit voor onze gemeente als een vanzelfsprekend uitgangspunt. Financiële en inhoudelijke consequenties van budgetaanpassingen lichten wij vanuit dit uitgangspunt altijd al toe. De andere adviezen hebben we deels opgevolgd of terzijde geschoven.

Financiële kaders

Voor de Begroting 2027 en MJP 2028-2030 hanteren wij de kaders:
a) De Begroting 2027 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

b) Wanneer de Begroting 2027 niet sluitend kan worden, is in elk geval het begrotingsjaar 2030 materieel in evenwicht.

c) Hoewel ons dit tijdelijk, vanuit het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv), is toegestaan zien we in principe af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting.

d) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve).

e) Wij baseren ons in de Begroting 2027 en MJP 2028-2030 op de prijsindex uit de meicirculaire *.

f) De Begroting 2027 en MJP 2028-2030 bevat geen taakstellingen of stelposten**.

g) De Begroting 2027 en MJP 2028-2030 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten.

h) Uitgangspunt voor de OZB is een structurele opbrengststijging van 3% per jaar. ***

i) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk.****

j) Vanaf 2027 een stijging van de toeristenbelasting. *****

• € 2,00 per overnachting per persoon in een kampeermiddel.

• € 3,00 per overnachting per persoon voor een overnachting in een inrichting niet zijnde een kampeermiddel.

* Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi). Voor de loonontwikkeling hanteren wij de vastgestelde CAO. Voor de jaren erna hanteren we de loonindex vanuit de meicirculaire.

** Wij hanteren geen stelposten tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid aangegeven worden door bijvoorbeeld de VNG en toegestaan zijn door de toezichthouder.

*** Dit is de bestendige lijn om evenwichtige lokale lastendruk en opbrengst te bereiken.

**** Voor het tarief rioolheffing 2027 betekent dit een indexering van het tarief voor 2026. Voor de afvalstoffenheffing wordt een stijging van 5% voorgesteld.

***** De raad heeft bij de invoering van de toeristenbelasting’ (onder meer) besloten dat tarieven voor 2 jaar worden vastgesteld. Daarom gelijkblijvende tarieven voor 2026. Vanaf 2027 is er sprake van een verdubbeling en verder een indexering van de tarieven.

Verder hebben wij in de Begroting 2027-2030 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd:

Inwoner- en woningprognose:


2026 2027 2028 2029 2030

Bevolkingsprognose

19.355

19.609

19.670

19.961

19.971

Aantal woningen

8.250

8.396

8.474

8.665

8.714

Gem. bezetting

2,37

2,36

2,34

2,32

2,31

Toename woningen

36

164

78

191

49


Loonindexering personeelskosten
Per 1 april 2025 is de nieuwe CAO-Gemeenten gestart. Deze CAO loopt tot en met 31 maart 2027. In de CAO is een structurele salarisstijging van totaal 6,7% afgesproken plus 35 euro nominaal welke stapsgewijs zal worden toegekend. Deze afspraak is verwerkt in de salarisbegroting 2027 en verder.

Prijsontwikkeling
Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, de Nationale consumentenprijsindex (CPI). In de Meicirculaire 2026 is de CPI geraamd op 2,1% voor 2027. Voor 2028, 2029 en 2030 is het respectievelijk 2,5%, 2,1% en 2,3%. Deze percentages passen wij (in basis) toe in de Begroting 2027-2030. Hierop zijn twee uitzonderingen: als op basis van individuele afspraken een andere (of geen) index wordt afgesproken, wordt die gevolgd. Daarnaast kan het zijn dat voor specifieke taakvelden door de aanhoudende inflatie hogere indexeringen verwacht worden. In dat geval zijn de ramingen daarop gebaseerd. Op deze manier proberen we zuinig, maar reële ramingen op te nemen.

Algemene uitkering
De financiële effecten van de Meicirculaire gemeentefonds 2026 zijn u in een raadsinformatiebrief toegezonden eind juni. De voornaamste onderwerpen die geleid hebben tot de financiële bijraming geven we hieronder weer voor een volledig beeld.

2027 en verder Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, blijkt nu dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 266 miljoen (oorspronkelijke € 225 miljoen plus accres) voor het jaar 2027 middelen overgeheveld naar het gemeentefonds. Voor onze gemeente gaat het om een incidenteel bedrag voor 2027 van € 147.340.

Decentralisatie-uitkering 2027 en verder

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 2027.

Bij deze circulaire wordt € 671 miljoen in 2027 beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld op basis van de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Van het totaalbudget wordt € 85,9 miljoen toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissie -zone. Daarnaast is € 1,9 miljoen beschikbaar ten behoeve van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Voor onze gemeente gaat het om een bedrag van € 661.537 voor 2027. De jaren daarna verandert de uitkering van een vrij besteedbaar budget naar een budget met specifieke verantwoording en moet vanuit provinciaal toezicht voor eenzelfde bedrag lasten in de begroting opgenomen worden. Het resultaat van de meicirculaire 2026 wordt hier daarom op gecorrigeerd vanaf 2028.

2029 en verder

Huishoudelijke hulp uit de Wmo

Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan van jaarlijks € 1,4 miljard vanaf 2029. Voor onze gemeente gaat het om een structureel bedrag van € -925.205.

Vangnet

Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Daartoe wordt vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor onze gemeente gaat het om een structureel bedrag van € 276.274.

Reserves en voorzieningen

De provinciaal toezichthouder hanteert strikte regels ten aanzien van de inzet reserves. Dit om te voorkomen dat gemeenten in (te) hoge mate afhankelijk zijn van structurele bijdragen vanuit hun reserves om structureel en reëel evenwicht te realiseren. Conform de regels die hiervoor gelden, dekken wij in principe alleen incidentele lasten vanuit reserves. In dit kader dekken wij onderhoudslasten alleen vanuit een reserve voor zover deze incidenteel van aard zijn. Voor de dekking van enkele investeringskredieten dekken wij de kapitaallasten vanuit een zogenaamde dekkingsreserve. Dit is toegestaan zolang de volledige boekwaarde in de dekkingsreserve aanwezig is. Aan deze voorwaarde voldoen wij. Het egaliseren van tarieven is alleen mogelijk via voorzieningen. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing volgen wij daarom deze lijn.

De baten en lasten van bestaand beleid

In de volgende tabel zijn de geraamde baten en lasten in 2027 aangegeven per programma. Voorts is een bedrag aangegeven dat de gemeente hiervoor aan algemene dekkingsmiddelen raamt. De algemene dekkingsmiddelen zijn gemeentelijke middelen die vrij aan te wenden zijn en worden verantwoord in een apart hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen zijn voor de vergelijkbaarheid in de tabel afzonderlijk opgenomen.

Lasten begroting 2027

Baten begroting 2027

Lasten reserves begroting 2027

Baten reserves begroting 2027

Begrotingsresultaat 2027

Onderstaand zijn de belangrijkste wijzigingen tussen de begroting 2026 en 2027 op programmaniveau toegelicht. Binnen de programma’s (hoofdstuk 2) staat een nadere verklaring. Wijzigingen groter dan € 50.000 worden toegelicht.

Programma 1: Vitale dorpen in Midden-Delfland per saldo € -212.686

Afname:
1. De afname van zowel de lasten als ook baten op dit taakveld is het gevolg van de in 2026 opgenomen raming voor de Landschapstafel Bijzonder provinciaals landschap (per saldo neutraal). Zodoende resteert hoofdzakelijk een verschuiving van werkgeverslasten (€ -235.909)


Programma 2: Bestuur en veiligheid per saldo € -65.212

Afname:
1. Deze beperkte afname is het gevolg van meerdere kleine mutaties als gevolg van hoger budget in 2026 voor onder andere ziekteverzuim en OOV beleidsadvies (€ -60.000), preventiecamp. onderm. en integr. veiligheidsveeld (€ -66.000) , inhuurbudget (€ -41.600) en APP verplichtingen (€ -66.000). Daar tegenover staat een storting in de voorziening wethouders (€ 180.040).


Programma 3: Beheer, verkeer en milieu per saldo € -3.085.563

Afname:
De afname op dit programma heeft meerdere oorzaken. Vandaar een opsomming per beleidsveld:
1. Wegen, kunstwerken en openbare verlichting: Een in 2026 begroot opgenomen budget voor het centrum Den Hoorn (€ -1.590.000), vanuit 2025 naar 2026 doorgeschoven budget voor met name webmeubilair (€ -250.000), bruggen (€ -70.000) en groot onderhoud van de wegen (€ -110.000).
Daarnaast een hogere inkomst voor herstel van bestrating na graafwerkzaamheden doordat er steeds meer kabel- en leidingwerkzaamheden zijn (€ 223.900).

2. Milieu: een toename van kosten 2027 vanwege uitstel met een jaar van RAT/Diftar (€ 390.393). Een restantbudget voor klimaatadaptatie is vanuit 2025 naar 2026 doorgeschoven (€ -212.300).
Daarnaast stijgen de inzamelingskosten wat de voornaamste oorzaak is voor een stijging van de afvalstoffenheffing en mutatie aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing.


Programma 4: Onderwijs per saldo € -359.980

Afname:
De afname op dit taakveld heeft voornamelijk te maken met in 2026 verkregen extra budget voor werkzaamheden uit wettelijke verplichtingen t.a.v. gebouw afspraken (€ -202.280). In afwachting van de ontwikkeling van nieuwe uitgangspunten en besluitvorming is in 2027 alleen een basisbedrag opgenomen. Incidenteel is extra budget geraamd in 2026 voor inhuur specialistisch personeel (€ -23.000). Vanuit 2025 is budget huisvesting onderwijs ten behoeve van het integraal huisvestingsplan scholen naar 2026 doorgeschoven (€ -47.500). Het restant zit voornamelijk in hogere kapitaallasten in 2026 (€ -48.328) en een verschuiving van werkgeverslasten.


Programma 5: Beleidsveld Sociaal domein per saldo € -756.021

Afname:
De afname op dit programma heeft meerdere oorzaken. Vandaar een opsomming per beleidsveld:

1. Sociaal domein: De belangrijkste oorzaak zit in enkele incidentele budgetten in 2026 (€ -40.000)

2. Welzijn: In 2026 zijn er incidentele budgetten geweest voor o.a. bibliotheek/ontwikkelpleinen (€ -134.534) en sportaccommodaties (€ -155.725). Vanuit 2025 naar 2026 doorgeschoven budgetten voor archeologie en monumenten IBT (€ -32.600). Restant zit in een afloop van specifieke uitkeringen als gezondheidsakkoorden(€ -289.950).


Programma 6: Economische en sociale zaken per saldo € -211.891

Afname:
De afname op dit programma heeft meerdere oorzaken. Vandaar een opsomming per beleidsveld:
1. Economie: Enerzijds een toename vanwege de financiele uitwerking voor het gebruik van de voorziening vastgoed (€ 114.800) en verschuiving werkgeverslasten (€ 99.830). Anderzijds een afname vanwege in 2025 naar 2026 doorgeschoven budget voor Economisch beleid (€ -30.000). Een toename van de inkomst vanwege voornamelijk de stijging toeristenbelasting (€ -120.000).

2. Participatie en minimabeleid: In 2026 is in het kader van de bezuinigingen besloten om eenmalig te investeren in sociale recherche (€ -49.600). Deze investering heeft als doel om de uitkeringslasten te verminderen en zich op die manier terug te verdienen. De uitkeringslasten dalen wanneer op basis van onderzoek blijkt dat een inwoner onrechtmatig een uitkering ontvangt of onrechtmatig teveel uitkering heeft ontvangen.

Het restant betreft een verschuiving aan werkgeverslasten (€ -203.454). Bij het vaststellen van het re-integratiebeleid in 2024 is er ook tijdelijke formatie beschikbaar gesteld. Het re-integratiebeleid 2024 houdt voor Werk en Inkomen een nieuwe manier van werken in. Waarbij er intensiever contact is met de inwoners en de re-integratiepartijen werkzaam voor onze gemeente. Op die gronden is er tijdelijke formatie toegekend.


Programma 7: R.O., ontwikkeling en volkshuisvesting per saldo € -866.506

Afname:
De afname op dit programma heeft meerdere oorzaken. Vandaar een opsomming per beleidsveld:
1. Ruimtelijke ordening: een mutatie huisvest de Huisarts uit het fonds sociale woningbouw in 2026 (€ -200.000), vanuit 2025 naar 2026 doorgeschoven budget voor de Kroon (€ -50.000), ontwikkelmogelijkheden in 2026 voor een locatie (€ -30.000) en nota kostenverhaal herziening (€ -19.000). Het restant op dit taakveld zit in een verschuiving van werkgeverslasten (€ -107.000)

2. Bouw- en woningtoezicht: Afloop inhuurbudget (€ -394.549) en vanuit 2025 naar 2026 doorgeschoven budget voor o.a. de Woonzorgvisie (€ -134.617) en een verschuiving werkgeverslasten (€ 110.000). Afsluitend een aanpassing leges bouwvergunningen (€ -61.601).

3. Grondexploitaties: De lasten binnen het taakveld grondexploitaties zijn gebaseerd op prognose van werkzaamheden (in-en extern) ten aanzien van de grondexploitaties voor de komende jaren. Deze lasten worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting. Het saldo tussen de lasten en baten (€ 1.305.804) betreft de (netto) opbrengst uit erfpacht.


Algemene dekkingsmiddelen per saldo € -1.223.758

Toename:
Algemene uitkering & OZB: De toename op de algemene dekkingsmiddelen heeft meerdere oorzaken. Voornamelijk een stijging na actualisatie van de algemene uitkering (€ -1,1 miljoen), in 2026 incidenteel budget voor inhuur personeel (€ -85.000) en daarnaast een hogere OZB-opbrengst (€ -509.427) door gewijzigde tarieven en areaaluitbreiding. Daar tegenover staat een stijging rentelasten (€ 521.568).


Overhead per saldo € 98.006

Toename:
De beperkte toename vanwege verschillende mutaties. De voornaamste zijn een stijging vanaf 2027 voor het robuuster maken van de afdeling LWE om daarmee beter te kunnen anticiperen op ontwikkelingen, waarmee een toename aan leges bouwvergunningen is te verwachten (€ 565.000). In 2026 is er een hoger budget voor inhuur vanwege o.a. ziekte/zwangerschap en invulling vacatures (€ -458.060), AI kunstmatige intelligentie (€ -43.500) en van 2025 naar 2026 doorgeschoven budget voor duurzame inzetbaarheid (€ -88.000). Aanvullend een verschuiving van werkgeverslasten (€ 587.960), afname kapitaallasten (€ -268.210) en opname van de inkomst WAO/AAW in de begroting (€ -140.868)

Incidentele baten en lasten

Om een goed inzicht te kunnen geven in het structurele evenwicht tussen baten en lasten is het noodzakelijk te weten in hoeverre incidentele dekkingsmiddelen tegenover incidentele lasten staan. De uitgaven die binnen de grondexploitaties worden gedaan, zijn veelal eenmalig van aard. Deze kosten hebben geen invloed op het exploitatieresultaat. Ook wordt een aantal uitgaven ten laste van voorzieningen of bestemmingsreserves gebracht. In de tabel hieronder zijn alle posten groter dan € 50.000 opgenomen.

Incidentele baten/lasten
(x € 1.000)
omschrijving
Lasten
2027
Lasten 2028 Lasten 2029 Lasten 2030 Baten 2027 Baten 2028 Baten 2029 Baten 2030

Programma 1

Bijdrage gebiedsmarketing

90

90

90

90





Programma 3

Kwaliteitsimpuls kapitaalgoederen



120



100



80



60













Programma 5

Beheersafspraken sportaccommodaties

80








Programma 6

Uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schulden

Opbrengst toeristenbelasting

148

148





260



260



260



260

Mutaties reserves









Algemene reserve, uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schulden





148

148



Algemene reserve, beheersafspraken sportaccommodaties





80




Reserve gebiedsmarketing - onttrekking tbv gebiedsmarketing

260

260

260

260

90

90

90

90

Reserve onderhoud kapitaalgoederen





120

100

80

60










Totaal

698

598

430

410

698

598

430

410










Saldo

0

0

0

0





Toelichting op de staat van incidentele lasten en baten;

Programma 1
Bijdrage gebiedsmarketing € 90.000
Voor besteding aan zaken die ten goede komen aan de beleving van Midden-Delfland. Het betreft een besteding vanuit de inkomst toeristenbelasting, het restant wordt gestort in de reserve gebiedsmarketing.

Programma 3
Kwaliteitsimpuls kapitaalgoederen
Opbouw budget ter verhoging van de veiligheid, het comfort en het aanzien van de wegen. Betreft een geleidelijke opbouw met € 20.000 jaarlijks ingaande 2023 vanuit de exploitatie, aangevuld tot € 200.000 vanuit de reserve. Vandaar zijn de lasten/baten in evenwicht.

Programma 5
Beheersafspraken sportaccommodaties
Nieuwe beheersafspraken worden gemaakt ten aanzien van sportaccommodaties en velden vanaf 2028.

Programma 6
Uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schulden
In 2024 is door de gemeenteraad een plan van aanpak vastgesteld voor inwoners met geldzorgen, het uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schulden. Voor dit plan is extra budget benodigd voor de komende jaren en worden ten laste gebracht van de algemene reserve.

Opbrengst toeristenbelasting

Het doel voor het invoeren van toeristenbelasting is het faciliteren van toeristen in de gemeente Midden-Delfland. Het saldo tussen de inkomst uit toeristenbelasting en uitgave voor gebiedsmarketing wordt in de reserve gebiedsmarketing gestort.

Structurele reserve
mutaties (x € 1.000)
omschrijving
Lasten 2027 Lasten 2028 Lasten 2029 Lasten 2030 Baten 2027 Baten 2028 Baten 2029 Baten 2030

Mutaties reserves









Dekkingsreserve kapitaallasten





795

738

726

660










Totaal

0

0

0

0

795

738

726

660


In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen toegelicht.

Tabel algemene dekkingsmiddelen (in €) 2026 2027

OZB

6.998.415

7.507.842

Algemene uitkering

31.212.571

33.088.369

Dividenden

1.950.723

1.914.517

Rente uitzettingen > 1 jaar

742.930

742.663

Opbrengsten grondverkopen

0

0

Vennootschapsbelasting

0

0

Onvoorzien

6.000

6.000

Overige eigen middelen

0

0

Subtotaal

40.910.639

43.259.391

Saldo financieringsfunctie

-1.423.241

-2.061.093

Totaal algemene dekkingsmiddelen

39.487.398

41.198.298

De gemeentelijke heffingen, ook wel lokale heffingen genoemd, vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffing die bij de algemene dekkingsmiddelen hoort, is de OZB. De toeristenbelasting behoort feitelijk ook tot de algemene dekkingsmiddelen, maar met deze belasting wordt beoogd extra inkomsten te generen waarmee onder meer een bijdrage kan worden geleverd aan ‘Midden-Delfland’. De opbrengsten blijven door toevoeging aan de Bestemmingsreserve Midden-Delfland beschikbaar voor dit doel.
Daarnaast zijn er nog heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen worden gerekend. Deze zijn opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.

Onroerendezaakbelasting

Voor het begrotingsjaar 2027 stelt de gemeenteraad opnieuw de tarieven van de OZB vast. Conform het meerjarenbeleid uit de begroting 2021-2024 is het uitgangspunt een jaarlijkse opbrengststijging van 3%. Hiermee wordt ingezet op een stabiele en evenwichtige opbrengstenontwikkeling, in plaats van een directe koppeling aan de marktontwikkeling van onroerend goed, die in recente jaren sterk fluctueerde en daarmee voor ongelijkheid in belastingdruk zou kunnen zorgen.

De WOZ-waarde blijft gebaseerd op gerealiseerde verkoopcijfers. De waardeontwikkeling wordt gedurende het jaar inzichtelijk op basis van actuele verkoopgegevens. Landelijke gemiddelden worden niet als maatstaf gebruikt, omdat deze onvoldoende representatief zijn voor de lokale situatie in Midden-Delfland.

De gemeente blijft de ontwikkelingen op de woningmarkt nauwlettend volgen om eventuele toekomstige schommelingen tijdig te signaleren en waar nodig bij te sturen.

In de volgende tabel staan de OZB-tarieven.

OZB - tarieven* 2027 2028 2029 2030

Tarief eigenaren woningen

0,1140%

0,1174%

0,1210%

0,1246%

Tarief eigenaren niet-woningen

0,2492%

0,2566%

0,2643%

0,2723%

Tarief gebruikers niet-woningen

0,1790%

0,1844%

0,1899%

0,1956%

* Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de waardeontwikkeling van het vastgoed en uitgaande van een opbrengststijging van 3% per jaar. De tariefstijging in deze tabel is 3% per jaar (bij een fictieve waardeontwikkeling van 0%). Wanneer de waardeontwikkeling > 0% per jaar is, worden de tarieven naar beneden bijgesteld en vice versa.

Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van de onroerende zaken. Gemeenten die binnen de grenzen hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere algemene uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van de woningen wordt 80% meegerekend. Van de waarde van niet-woningen 70%. Op de uitkomsten daarvan wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is afgeleid van het landelijke gemiddelde OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt als ‘eigen inkomstenmaatstaf’ afgetrokken van de algemene uitkering van de betreffende gemeente. Een hogere totale WOZ-waarde leidt hiermee dus ook tot een hogere korting op de algemene uitkering. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft overigens geen effect op deze aftrekpost.

Algemene uitkering

De berekeningen van de algemene uitkering voor de begroting 2027-2030 zijn met behulp van de meicirculaire 2026 gemaakt. In onderstaande tabel ziet u het verschil met de ramingen zoals gemaakt voor de begroting 2026-2029.

Raming algemene uitkering 2027 2028 2029 2030

Begroting 2027 - 2030

33.088.369

33.206.582

34.440.132

35.695.270

Begroting 2026 - 2029

32.378.686

32.729.480

33.935.340

-

Verschil

709.683

477.102

504.792

NVT*

(*) 2030 was niet begroot. Daar kan geen verschil voor worden berekend.

Dividenden

De gemeente ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit bij de Bank Nederlandse Gemeenten, Waterbedrijf Evides en Westland Infra.


2026 2027

Bank Nederlandse Gemeenten

104.723

68.517

Juva N.V.

1.768.000

1.768.000

Waterbedrijf Evides

78.000

78.000

Totaal

1.950.723

1.914.517


Rente uitzettingen > 1 jaar
Het betreft hier de rente die verkregen wordt van het langdurig uitgezette deel van de Nutsreserve (€ 742.930). Daarnaast wordt rendement gemaakt door de uitgifte van grond in erfpacht, welk (deels) wordt gefinancierd uit eigen overtollige financiële middelen.

Overige eigen middelen
Er zijn geen overige eigen middelen.

Onvoorzien
De raming van de post onvoorzien is bedoeld voor de dekking van niet voorzienbare uitgaven. Bij gemeenten die een sluitende begroting hebben, is de post onvoorzien meestal het positieve begrotingssaldo dat door de raad als dekkingsmiddel kan worden ingezet. In Midden-Delfland is dat zoals bekend niet het geval. In onze begroting is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 6.000 voor 2027.

Financiële positie
De raming voor het begrotingsjaar 2027 en volgende jaren ziet er als volgt uit.


2027 2028 2029 2030

Saldi meerjarenraming 2027 - 2030
( incl. raadsbesluiten 2026)*

14.570

2.289.145

1.602.964

1.302.082






Mutaties reserves begroting

-1.038.811

-857.360

-676.764

-590.003






Resultaat begr. 2027 - 2030

-1.024.241

1.431.785

926.200

712.079

Een positief bedrag betekent een voordelig resultaat.
* Inclusief structurele doorwerking mutaties eerste en tweede periodieke begrotingswijziging 2026.

Immateriële vaste activa
In het kader van het BBV is het zeer beperkt mogelijk deze activa te activeren. De gemeente Midden-Delfland heeft er daarom voor gekozen deze activa niet meer in de kapitaallasten op te nemen, maar deel te laten uitmaken van het jaar van ‘investering’.

Investeringen met een economisch en maatschappelijk nut
De investeringen zijn gesplitst in investeringen met een economisch nut en met een maatschappelijk nut. In de kapitaallasten van de activa wordt vanaf 2017 niet langer rekening gehouden met rente.

Voor een specificatie zie bijlage Investeringen 2027-2030.

Nieuwe investeringen

Overzicht nieuwe investeringen begroting 2027-2030

De Financiering

Overzicht van schulden O/G 2027 met een looptijd langer dan één jaar.

Omschrijving Oorspronkelijk geldlening Laatste aflossing Rente % Restantbedrag geldleningen
1-1-2027
Rente 2027 valutair Aflossing 2027 Restantbedrag geldleningen
31-12-2027

Onderhandse leningen:








BNG 40.115448

€ 5.000.000

15-2-2032

0,835%

€ 3.000.000

€ 25.576

€ 500.000

€ 2.500.000

Totaal




€ 3.000.000

€ 25.576

€ 500.000

€ 2.500.000

Projectfinancieringen:








BNG 40.111437

€ 7.429.045

2-7-2029

1,245%

€ 7.429.045

€ 92.492

€ 0,-

€ 7.429.045

BNG 40.111438

€ 1.566.123

1-7-2029

0,800%

€ 483.008

€ 3.320

€ 159.722

€ 323.287

BNG 40.112090

€ 6.751.680

1-7-2052

1,770%

€ 6.751.680

€ 119.505

€ 0,-

€ 6.751.680

BNG 40.112091

€ 2.381.266

1-7-2052

1,570%

€ 1.973.055

€ 30.486

€ 62.035

€ 1.911.020

BNG 40.112379

€ 15.983.210

1-7-2044

1,760%

€ 15.983.210

€ 281.305

€ 0,-

€ 15.983.210

BNG 40.112494

€ 1.621.575

3-1-2039

1,598%

€ 1.621.575

€ 25.913

€ 0,-

€ 1.621.575

BNG 40.112836

€ 13.293.280

1-7-2053

1,360

€ 13.293.280

€ 180.789

€ 0,-

€ 13.293.280

BNG 40.112837

€ 6.804.774

1-7-2053

1,140%

€ 5.609.679

€ 62.924

€ 178.601

€ 5.431.078

BNG 40.113745

€ 10.000.000

1-4-2070

0,500%

€ 10.000.000

€ 50.000

€ 0,-

€ 10.000.000

BNG 40.116969

€ 9.260.626

27-12-2028

2,625%

€ 9.260.626

€ 243.091

€ 0,-

€ 9.260.626

BNG 40.117137

€ 7.419.611

07-03-2074

2,929%

€ 7.419.611

€ 217.320

€ 0,-

€ 7.419.611

NWB 1.0040370

€ 200.000

23-02-2042

3,245%

€ 173.333

€ 5.359

€ 13.333

€ 160.000

BNG 40.118063

€ 1.050.000

31-12-2030

2,970%

€ 1.050.000

€ 31.185

€ 0,-

€ 1.050.000

BNG 40.11841

€ 1.752.000

31-3-2027

2,35%

€ 1.752.000

€ 10.152

€ 1.752.000

€ 0,-

BNG 40.448665

€ 10.000.000

7-2-2028

2,25%

€ 10.000.000

€ 225.000

€ 0,-

€ 10.000.000

Totaal




€ 92.800.102

€ 1.578.841

€ 2.165.691

€ 90.634.412









Totaal vaste schulden:




€ 95.800.102

€ 1.604.417

€ 2.665.691

€ 93.134.412



Saldo financieringsfunctie

De gemeente heeft ter financiering van haar activiteiten in totaal € 95.800.102 aan langlopende geldleningen aangetrokken (saldo 1-1-2027). Het saldo van de totale werkelijk betaalde rentelasten is hoger dan het saldo van de verdeelde rentelasten over de boekwaarde van de investeringen op basis van een rente omslagpercentage van 0%. Dit levert een last van € 1.604.417 (werkelijke rente) op in de begroting van 2027. Daar komt een toevoeging van rentes aan de reserves bij van € 45.792. Per saldo komt de financieringsfunctie uit op een nadelig resultaat van € 1.650.209.

Financieringsoverschot/tekort

Totaal geïnvesteerd bedrag per 1 januari 2027 (volgens staat C)
Algemene dienst (excl. leningen) € 171.779.345

Eigen financieringsmiddelen volgens staat D
Onderdeel A: Algemene reserve € 9.953.730
Onderdeel B: bestemmingsreserves € 49.362.353
Onderdeel C: voorzieningen € 19.797.972
Subtotaal € 79.114.054

Waarvan extern belegd:
Langdurig - € 10.3683.979
Subtotaal € 68.745.075

Saldo nog niet afgeloste geldlening o/g + € 95.800.102

Financieringsoverschot is € 171.779.345 - € 174.914.156 (is € 79.114.054 + € 95.800.102) = € - 3.134.811

EMU-saldo

Op grond van het BBV is hieronder de berekening van het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo opgenomen.


Omschrijving 2026
x € 1.000
2027
x € 1.000
2028
x € 1.000



Volgens realisatie tot en met
sept. 2025, aangevuld met
raming resterende periode

Volgens begroting 2026

Volgens meerjarenraming
in begroting 2027

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.
onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

6.698

15

2.289

2.

Mutaties (im)materiële vaste activa

-7.091

-594

-7.257

3.

Mutatie voorzieningen

113

-738

-620

4.

Mutaties voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

0

0

0

5.

Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte
boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

0

0

0







Berekend EMU-saldo

13.901

-130

8.926







Geprognosticeerde balans

Geprognosticeerde balans T-2
31-12-2025
T-1
31-12-2026
T
31-12-2027
T+1
31-12-2028
T+2
31-12-2029
T+3
31-12-2030

Activa







(im) Materiële vaste activa

154.832

147.741

147.148

139.890

135.124

130.019

Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen

1.497

1.497

1.497

1.497

1.497

1.497

Financiële vaste activa: Leningen

10.538

9.076

8.696

8.316

7.936

7.556

Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar

0

0

0

0

0

0

Totaal Vaste Activa

166.867

158.314

157.341

149.703

144.557

139.072








Voorraden: Onderhanden werk & overige grond- en hulpstoffen

5.031

5.031

5.031

5.031

5.031

5.031

Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen

0

0

0

0

0

0

Uitzettingen < 1 jaar

8.316

9.198

9.193

9.189

9.184

9.184

Liquide middelen

-14

-14

-14

-14

-14

-14

Overlopende activa

12.966

9.460

8.101

6.101

4.601

6.101

Totaal Vlottende Activa

26.299

23.674

22.311

20.306

18.802

20.302








Totaal Activa

193.165

181.989

179.651

170.010

163.359

159.373















Passiva







Eigen vermogen

64.500

59.316

58.275

57.415

56.736

56.144

Voorzieningen

12.562

12.675

11.937

11.316

11.012

11.259

Vaste schuld

90.415

85.800

83.134

72.956

64.604

62.791

Totaal Vaste Passiva

167.477

157.791

153.346

141.687

132.353

130.195








Vlottende schuld

9.177

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Overlopende passiva

16.511

19.198

21.305

23.322

26.006

24.179

Totaal Vlottende Passiva

25.688

24.198

26.305

28.322

31.006

29.179








Totaal Passiva

193.165

181.989

179.651

170.009

163.359

159.374


De stand en het verloop van de reserves en voorzieningen

Reserves:


Algemene reserve:
Beginstand € 9.953.730

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Beheersafspraken sportaccommodaties


€ 80.000

Ipads bezwaarschriftencommissie


€ 4.000

Wijziging uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schulden


€ 148.500

Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 0

€ 232.500

Eindstand € 9.721.230


Reserve weerstandsvermogen:
Beginstand € 4.000.000

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 4.000.000


Nutsreserve:
Beginstand € 8.871.855

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 8.871.855


Reserve ontwikkeling Harnaschpolder:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Reserve BUIG:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Investeringsreserve:
Beginstand € 2.514.460

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Toegevoegde rente

€ 37.717


Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 37.717


Eindstand € 2.552.177


Reserve monumenten:
Beginstand € 131.969

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Toegevoegde rente

€ 1.980


Subsidie monumenten


€ 20.025

Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 1.980

€ 20.025

Eindstand € 113.924


Reserve sociaal domein:
Beginstand € 23.166

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Toegevoegde rente

€ 347


Onttrekking volgens begroting


€ 23.513

Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 347

€ 23.513

Eindstand € 0


Reserve beheer openbare ruimte:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Reserve grondexploitaties:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Reserve compensatie dividenden en huuropbrengst:
Beginstand € 18.040.440

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 18.040.440


Reserve investeringsprogramma:
Beginstand € 252.806

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 252.806


Reserve opstartkosten begeleiding particuliere bouwinitiatieven:
Beginstand € 275

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Toegevoegde rente

€ 4


Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 4


Eindstand € 279


Reserve Noodhulp-vangnet:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Fonds sociale woningbouw:
Beginstand € 382.916

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Toegevoegde rente

€ 5.744


Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 5.744


Eindstand € 388.660


Reserve afwikkeling complexen:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0


Risicoreserve erfpachtgronden:
Beginstand € 700.000

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 700.000


Reserve herwaardering deelnemingen:
Beginstand € 1.122.093

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 1.122.093


Reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen:
Beginstand € 0

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 0

Bestemmingsreserve voorzieningen voor recreatie en toerisme Midden-Delfland:
Beginstand € 101.805

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Storting opbrengst toeristenbelasting

€ 260.000


Onttrekking PUUUR


€ 90.000

Onttrekking CBG


€ 65.000

Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 260.000

€ 155.000

Eindstand € 206.805

Reserve onderhoud kapitaalgoederen:
Beginstand € 1.195.625

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Kapitaalgoederen kwaliteitsimpuls


€ 120.000

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 140.000

Eindstand € 1.075.625


Dekkingsreserve gemeentehuis:
Beginstand € 6.347.407

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Dekking kapitaallasten gemeentehuis


€ 377.098

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 377.098

Eindstand € 5.970.309


Dekkingsreserve:
Beginstand € 5.677.536

Omschrijving mutatie Storting in de reserve Onttrekking aan de reserve

Dekking kapitaallasten


€ 418.795

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 418.795

Eindstand € 5.258.742



Voorzieningen:


Voorziening dubieuze debiteuren Soza:
Beginstand € 231.600

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 231.600


Voorziening dubieuze debiteuren:
Beginstand € 231.603

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 231.603


Voorziening pensioenen voormalig wethouders:
Beginstand € 2.610.123

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Vermindering conform actuariële waarde berekening


€ - 175.813

Storting APPA pensioen via salaris

€ 20.024


Betaalde pensioenen


€ 119.713

Totaal stortingen en onttrekkingen

€ 20.024

€ - 56.100

Eindstand € 2.686.247


Voorziening wachtgelden voormalig wethouders:
Beginstand € 612.309

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Betaalde wachtgelden


€ 259.505

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 259.505

Eindstand € 352.804


Voorziening bijdrage tekort Bedrijvenschap:
Beginstand € 1.323.000

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 1.323.000


Voorziening afvalstoffenheffing:
Beginstand € 309.368

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Onttrekking uit de voorziening


€ 96.598

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 96.598

Eindstand € 212.770


Voorziening rioolheffing:
Beginstand € 6.256.535

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Onttrekking aan de voorziening


€ 458.259

Totaal stortingen en onttrekkingen


€ 458.259

Eindstand € 5.798.276


Voorziening grondexploitaties:
Beginstand € 6.660.000

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats.



Eindstand € 6.660.000


Voorziening verlofsparen:
Beginstand € 790.738

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats



Eindstand € 790.738


Voorziening RVU:
Beginstand € 84.554

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats



Eindstand € 84.554


Voorziening gemeentelijk vastgoed:
Beginstand € 557.098

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats



Eindstand € 557.098


Voorziening anterieure overeenkomsten:
Beginstand € 131.044

Omschrijving mutatie Storting in de voorziening Onttrekking aan de voorziening

Er vindt in 2027 geen mutatie plaats



Eindstand € 131.044

Samenvattend financieel overzicht begroting 2027-2030

De Kadernota 2027-2030 en de raadsinformatiebrief Meicirculaire gemeentefonds 2026 vormen het financiële uitgangspunt voor de Begroting 2027-2030. De Kadernota 2027-2030 bevatte de mutaties op basis van besluiten met financiële consequenties die verwerkt moesten worden, alsmede te verwachten exogene (niet-beïnvloedbare) mutaties (zoals de structurele doorwerkingen van mutaties uit de jaarrekening 2025). Deze mutaties zijn opgenomen in de bijlage bij de Kadernota 2027-2030.


(bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030

I)

Beginstand begroting 2027-2030

-514

-325

-1.396


II)

Mutaties Begroting 2027-2030

(Reguliere mutaties en Meicirculaire)

1.538

-1.107

470


III)

Resultaat begroting 2027-2030

1.024

-1.432

-926

-712


Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet de Begroting 2027 structureel en reëel in evenwicht zijn. Als dit niet het geval is, dient in het meerjarenperspectief (2028-2030) aannemelijk te worden gemaakt dat dit evenwicht alsnog tot stand wordt gebracht. Na verwerking van de mutaties resulteert een (beperkt) positief begrotingssaldo voor 2027. Hiermee voldoen we aan de begrotingsvoorwaarden van de provincie. In de opvolgende jaren 2028 t/m 2030 sluit de begroting tot nog toe (ruim) negatief.


II. Mutaties begroting

De ‘Mutaties begroting’ betreffen voornamelijk:


Mutatie (bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030

1

Kapitaallasten

-588

-115

649

683

2

Kabels en leidingen

-310




3

Leges bouwvergunningen

-154

-240

-96

1.5

4

Formatieuitbreiding

623

1.191

1.791

2.335

5

Sociaal domein

204

304

-544

-544

6

OZB

-300

-300

-300

-450

7

Omgevingsplan / visie

338

444

441

407

8

Uitkering WAO / AAW

-190

-190

-190

-190

9

Meicirculaire 2026

-709

-477

-504

-271

Een positief bedrag is negatief voor het saldo en vice versa.

In de Financiële begroting is een nadere toelichting op de oorzaken van het saldo van de primitieve begroting 2027 opgenomen. De afzonderlijke mutaties zijn hieronder kort omschreven en worden nader toegelicht in de verschillende programma’s.

  1. De mutatie op de kapitaallasten betreft voornamelijk de structurele doorwerking van het doorschuiven, af-/bijramen en afsluiten van investeringskredieten vanuit de Jaarrekening 2025 en de 2e Periodieke Begrotingswijziging 2026 (beiden vastgesteld op 7 juli 2026).
  2. Op basis van de actuele verwachting worden de inkomsten uit vergoedingen voor kabels en leidingen naar boven bijgesteld. De begroting wordt overeenkomstig aangepast.
  3. Herziene raming inkomsten uit leges bouwvergunningen.
  4. Betreft bijstelling op verschillende onderdelen, waaronder: robuuster maken LWE, concerncontroller, communicatie, salarissen en ICT.
  5. Betreft voor alle jaren een bijstelling MFA en aanvullend voor 2027 en 2028: De jeugdwet, hervormingsagenda en inkoopstrategie vereisen van gemeenten een verschuiving van geindiceerde zorg naar begeleiding in eigen uitvoering en preventie. De mutatie 2029 en 2030: Afname Wmo kosten ivm wijzigen Rijksbeleid
  6. Actualisering geraamde inkomsten. Mede vanwege extra controle WOZ Waarden.
  7. Uitwerking Omgevingsplan/visie
  8. Meerjaarlijkse raming UWV inkomsten
  9. Uitkomst van de doorrekening van de meicirculaire 2026.

Salariskosten/werkgeverslasten

In het Begroting en Verantwoording (BBV) wordt een algemene definitie van overhead voorgeschreven: Alle bedrijfskosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten, dus ook salariskosten, zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten.

Voor de verdeling van de salariskosten (ook wel werkgeverslasten genoemd) over alle takenvelden in de begroting hanteren wij een verdeelmethode op basis van uren schrijven.

Aan de afdelingen wordt bij het opstellen van de begroting gevraagd voor welke taken de medewerkers hun uren zullen inzetten voor het komende jaar. De totale kosten uit de salarisbegroting worden dan gedeeld door het aantal productieve uren. De salariskosten worden op deze manier verdeeld over alle taakvelden in de begroting. Per jaar kan deze verdeling verschillen doordat er bijvoorbeeld extra inzet gepleegd wordt op een taakveld. Dit is terug te zien in de toelichting als verschuiving van werkgeverslasten. Maar heeft dus per saldo geen budgettair effect.

Algemene reserve

Met ingang van de Begroting 2023-2026 presenteren we, conform het voorstel van de Commissie BBV, in de begroting de werkelijke begrotingssaldi. Dus de werkelijke saldi van lasten en baten. Deze saldi worden niet meer, zoals voor die tijd te doen gebruikelijk, geëgaliseerd naar € 0 door een storting in of onttrekking aan de algemene reserve.

De mutaties op de algemene reserve blijven in deze begroting daarom beperkt tot incidentele uitgaven.

Het geraamde saldo van de algemene reserve op 31-12-2027 bedraagt € 9,7 miljoen. Hierbij dient te worden aangetekend dat:

  • Zoals hierboven benoemd, wordt het begrotingssaldo 2026 niet tussentijds onttrokken/ toegevoegd aan de algemene reserve. Dit gebeurt pas in de Jaarrekening 2026. Het begrotingssaldo 2026 bedraagt na vaststelling van de 3e Periodieke Begrotingswijziging 2026 € -2,30 miljoen.
  • De onzekerheden ten aanzien van de structurele dekking van kosten voor onder meer jeugdzorg en de omgevingswet vangen wij nog altijd (grotendeels) zelf op in deze begroting.
  • De algemene reserve laten wij buiten beschouwing bij het bepalen van de ratio weerstandsvermogen (zie Paragraaf Weerstandsvermogen). Daarvoor zetten wij de reserve Weerstandsvermogen (saldo € 4 mln.) in. Fluctuaties in de algemene reserve hebben zodoende geen invloed op de ratio, die nog altijd de aanduiding ‘ruim voldoende’ heeft (ratio > 2,0).

III. Financieel perspectief tot en met 2036

Deze meerjarenbegroting beslaat de periode tot en met 2028. Naarmate we verder verwijderd zijn van het eerste jaar van de begroting, neemt de betrouwbaarheid van de schattingen af. Het verminderen van het aantal variabele kostenposten beperkt de mate van onzekerheid. Deze onzekerheidsbeperking is gebaseerd op de volgende factoren:

  • een goede financiële structuur, zie de Financiële begroting;
  • verwerking van het verloop van de afschrijvingen;
  • verwerking van de verwachte ontwikkeling van de OZB-inkomsten.

De informatie over het Gemeentefonds is beschikbaar tot 2028 en is gebaseerd op de meicirculaire van 2026 en de meest recente berekeningsgrondslagen. Voor de periode tot 2036 gaan we ervan uit dat de jaarlijkse correcties voor prijsstijgingen en salarissen gecompenseerd zullen worden door een verhoging van de uitkering uit het Gemeentefonds. Het blijft echter onzeker of het Rijk de daling in de algemene uitkering vanaf 2028 in het Gemeentefonds zal compenseren.

Wat betreft de kosten met betrekking tot jeugdzorg en de omgevingswet, hanteren we in de meerjarige prognose vanaf 2029 een voortzetting van het niveau van 2028. Op de lange termijn is er ook sprake van het wegvallen van overige inkomsten, met name de opbrengsten uit langlopende leningen tegen relatief hoge rentetarieven. Bovendien zal op een gegeven moment de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het gemeentehuis uitgeput raken, wat de noodzaak voor nieuwe manieren van dekking van kapitaallasten met zich meebrengt. Ook bestaat er onzekerheid over de ontwikkeling van de dividendopbrengsten, waarbij momenteel al rekening is gehouden met een afname bij Juva.

Gebaseerd op deze uitgangspunten en zonder rekening te houden met mogelijke beleidsuitbreidingen of nieuw beleid, ziet het financiële vooruitzicht (het begrotingsresultaat voor de komende jaren) er als volgt uit tot en met 2036:

Het financieel perspectief laat zien dat de begroting in 2027 nog met een positief saldo sluit. Vanaf 2028 ontstaat echter een negatief financieel perspectief. Het tekort is in 2028 het grootst en neemt in de jaren daarna geleidelijk af. Ook in 2036 is het financieel perspectief echter nog negatief. De ontwikkeling laat daarmee zien dat de financiële ruimte op de langere termijn beperkt blijft en dat aanvullende maatregelen nodig zijn om ook structureel tot een sluitend financieel perspectief te komen.

Hoewel de gemeente een stevige financiële buffer in de vorm van reserves heeft, is de inzet ervan punt van aandacht. Deze financiële buffer kan namelijk niet worden ingezet voor het realiseren van een structureel sluitende exploitatie. Overeenkomstig de uitgangspunten is aanwending van algemene reserve slechts mogelijk voor de dekking van incidentele uitgaven. Dit is voor 2027-2030 toegepast.

Overzicht structureel/incidenteel begrotingssaldo 2027 2028 2029 2030

Saldo baten en lasten

14.570

2.289.145

1.602.964

1.302.082

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-1.038.811

-857.360

-676.764

-590.003

Geraamd resultaat

-1.024.241

1.431.785

926.200

712.079






Saldo incidentele baten en lasten

0

0

0

0






Structureel begrotingssaldo

-1.024.241

1.431.785

926.200

712.079



Overzicht begrotingsresultaat 2027 2028 2029 2030

Saldo lasten -/- baten per programma





Programma 1

61.703

22.781

25.881

29.281

Programma 2

4.710.262

4.653.614

4.735.280

4.763.489

Programma 3

6.055.890

7.392.195

8.216.738

8.667.925

Programma 4

2.030.966

2.271.169

2.192.813

2.210.918

Programma 5

13.815.439

13.679.791

13.026.607

13.195.437

Programma 6

2.794.367

2.649.988

2.677.747

2.685.558

Programma 7

319.571

608.918

764.480

658.884

Totaal van de programma's

29.788.198

31.278.456

31.639.546

32.211.493






Algemene dekkingsmiddelen

-42.146.676

-42.405.548

-43.885.095

-45.375.472

Overzicht overhead

12.373.048

13.416.237

13.848.513

14.466.062

Bedrag heffing Vpb

0

0

0

0

Bedrag voor onvoorzien

0

0

0

0

Subtotaal programma's
(Incl. algemene dekkingsmiddelen,
Overhead, Vpb en onvoorzien)

14.570

2.289.145

1.602.964

1.302.082






Reservemutaties:





Onttrekking

-1.346.931

-1.165.549

-985.375

-898.614

Stortingen

308.120

308.189

308.611

308.611

Saldo reservemutaties

-1.038.811

-857.360

-676.764

-590.003






Begrotingsresultaat

-1.024.241

1.431.785

926.200

712.079


Conclusie

Omdat het begrotingsjaar 2027 structureel en reëel in evenwicht is, komen wij voor dat jaar in aanmerking voor repressief toezicht door de provincie. Daarmee is de financiële positie voor het eerstvolgende begrotingsjaar op orde. Tegelijkertijd laat het meerjarenperspectief zien dat de financiële ruimte beperkt is. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 is sprake van een negatief begrotingssaldo. Evenals bij de vorige begroting zijn hiervoor meerdere financiële ingrepen nodig geweest om tot een verantwoord financieel perspectief te komen. Voor deze begroting is ervoor gekozen de resterende negatieve saldi vanaf 2028 niet verder van maatregelen te voorzien.

De meerjarenbegroting 2027-2030 is opgebouwd op basis van lasten en baten die onontkoombaar zijn en/of redelijkerwijs te verwachten. Daarmee is de begroting zowel reëel als volledig. Er zijn geen stelposten opgenomen*, tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid zijn aangegeven door bijvoorbeeld de VNG. Dit betekent dat de gepresenteerde financiële resultaten een zo realistisch mogelijk beeld geven van de ontwikkeling van de gemeentelijke financiën.

Ook aan de inkomstenkant zijn de ramingen gebaseerd op reële en onderbouwde verwachtingen. Tegelijkertijd blijft de financiële positie van gemeenten sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de inkomsten vanuit het Rijk. De onzekerheid over de structurele financiering van gemeenten blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt voor het meerjarenperspectief.

De begroting biedt in 2027 ruimte om de gemeentelijke taken uit te voeren en de noodzakelijke voorzieningen in stand te houden. De financiële ruimte voor nieuw beleid en beleidsintensiveringen is echter beperkt. Gelet op de negatieve saldi vanaf 2028 blijft het noodzakelijk om terughoudend om te gaan met structurele uitgaven en scherp te blijven op de ontwikkeling van de lasten en baten. De negatieve saldi in de jaren 2028 tot en met 2030 worden in deze begroting geaccepteerd. De ontwikkeling van het financiële perspectief zal bij volgende begrotingen opnieuw worden beoordeeld.

Al met al betekent deze Begroting 2027-2030:

  • een structureel en reëel sluitende begroting voor 2027;
  • negatieve begrotingssaldi voor de jaren 2028 tot en met 2030;
  • evenals bij de vorige begroting, meerdere financiële ingrepen om tot een verantwoord financieel perspectief te komen;
  • een beperkte ruimte voor nieuw beleid of beleidsintensiveringen;
  • ruimte om de bestaande voorzieningen in stand te houden en noodzakelijke investeringen in de organisatie en kapitaalgoederen te blijven doen;
  • een financiële positie met een voldoende solvabiliteit en weerstandsvermogen, waarbij de beschikbare financiële buffers niet kunnen worden ingezet als structurele dekking van de exploitatie.

De negatieve saldi vanaf 2028 onderstrepen dat de financiële positie van de gemeente kwetsbaar blijft. Tegelijkertijd biedt het positieve resultaat voor 2027 voldoende basis om het begrotingsjaar verantwoord in te gaan. De ontwikkeling van de gemeentelijke financiën blijft mede afhankelijk van de structurele financiering vanuit het Rijk. De financiële ontwikkeling en de consequenties daarvan zullen daarom in de komende begrotingsrondes opnieuw worden betrokken bij de afwegingen over beleid, uitgaven en inkomsten.

*Wij hanteren geen stelposten, tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid zijn aangegeven door bijvoorbeeld de VNG.