Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2027-2030 Begroting 2027-2030

Financiering

Kaders en beleid

Kaders

In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), zijn de kaders gesteld voor een professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.

Onder de treasuryfunctie vallen o.a. het beheer van geldstromen, liquiditeit, renterisico’s en de financiering van en in de gemeente (zowel lenen als uitzetten van gelden). De kaders hierbij zijn:

  • Het treasurystatuut. Een beleidsmatige financiële infrastructuur, waarin verantwoordelijkheden en spelregels voor de gemeentelijke treasury zijn opgenomen.
  • De financieringsparagraaf die jaarlijks wordt aangeboden bij de begroting en het jaarverslag.

Beleid en doelen

Treasury plant toekomstige kasstromen en en beheerst samenhangende rente- en liquiditeitsrisico's. Deze risico's komen voort uit de financieringsbehoefte van de organisatie. Met dit treasury beleid borgt de gemeente financiële continuïteit door maatregelen te treffen zodat de activiteiten van de gemeente financierbaar blijven. Voor de renterisico's en risico's uit financiële posities treffen we beheersmaatregelen (vermijden, spreiden). We gaan in de uitwerking verder dan de wettelijke kaders.

De gemeente streeft naar de voldoende doelen:

  1. Zorgen voor voldoende financiële middelen op korte en lange termijn.
  2. Bewerkstelligen van financieringsvoorwaarden passend bij de financieringsbehoefte. In de praktijk betekent dit: "korte financieringsbehoefte invullen met kortlopende leningen en lange financieringsbehoefte invullen met langlopende leningen."
  3. Beheersen van rente- en of financieringsrisico's.
  4. Risicomijdend uitzetten van gelden en afgeven van garanties.
  5. Zorgdragen voor een effectief, veilig en efficiënt betalingsverkeer.
  6. Actief onderhouden van contacten met marktpartijen om toegang tot de financiële markten open te houden.

Door het schatkistbankieren beschikt de gemeente niet meer vrij over haar liquide middelen. Er is een verplichte rekening-courant verhouding met het Rijk. Over de overtollige gelden ontvangt de gemeente een rentevergoeding. Met de introductie van het instrument erfpacht beogen we de gronduitgiften te stimuleren. Door het toepassen van erfpacht is er een rendement op het geïnvesteerde vermogen en (indien aanwezig) de liquide middelen van de gemeente.

De risico’s van lenen worden beperkt doordat gemeenten zich moeten houden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Renterisico op kortlopende schuld (kasgeldlimiet)

De gemeente financiert haar liquiditeitsbehoefte zo veel mogelijk volgens het eerdere genoemde matchingsprincipe op financiering: we trekken financiering aan met looptijden die aansluiten bij de aard en duur van de financieringsbehoefte. De huidige lening portefeuille, zie later in deze paragraaf, toont dat de gemeente in het verleden méér dan 90% gefinancierd heeft met lange leningen. Vanwege die grote lange termijn lening portefeuille en de lage korte termijn rentestand financieren we de actuele financieringsbehoeften zo veel mogelijke met korte rente en korte leningen. Deze financieringsvorm biedt flexibiliteit, sluit aan bij de huidige verwachte kasstromen, geeft lagere financieringskosten, maar komt ook met een risico tot groter schommelingen in toekomstige rentestanden dan de lange termijn rente. De gemeente beperkt het risico op kortetermijnrente schommelingen door zich te houden aan de kasgeldlimiet die komt uit wettelijke regels (Wet FIDO). De gemeente volgt de ontwikkeling van de liquiditeitspositie continu om tijdig te bepalen wanneer langlopende financiering noodzakelijk is.

Kaders: wet Fido

De Wet FIDO bevat instrumenten en regels die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij het lenen. De kasgeldlimiet (voor leningen met looptijd <1 jaar) zorgt ervoor dat niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De kasgeldlimiet geeft weer tot welk bedrag de gemeente maximaal in haar korte financieringsbehoefte mag voorzien.

Deze limiet is gesteld op 8,5% van de totale omvang van de begroting per 1 januari. Op basis van deze norm is de kasgeldlimiet voor onze gemeente méér dan € 5 miljoen, zie modelstaat A hieronder. Als blijkt dat de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet een deel van de kortlopende schuld omgezet worden in langlopende schuld (=lening). Als de kasgeldlimiet gedurende drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden moet Gedeputeerde Staten worden geïnformeerd.

De kastgeldlimiet van de gemeente

Uit de tabel blijkt dat in 2028 en 2029 een overschrijding van de kasgeldlimiet wordt verwacht. Die jaren liggen nog niet in de nabije toekomst maar als deze ontwikkeling zich daadwerkelijk voordoet, zal tijdig worden beoordeeld of omzetting naar langlopende financiering noodzakelijk is.

Modelstaat A


KASGELDLIMIET (= KGL x 1.000) Rekening 2025 Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028 Begroot 2029 Begroot 2030


Berekening KGL regeling








Omvang begroting/rekening

€ 70.780

€ 72.606

€ 65.304

€ 66.988

€ 68.236

€ 69.404


Percentage regeling KGL

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%


KGL

€ 6.016

€ 6.172

€ 5.551

€ 5.694

€ 5.800

€ 5.899









(1)

Vlottende schuld

€ 25.688

€ 24.198

€ 26.305

€ 28.322

€ 31.006

€ 29.179

(2)

Vlottende middelen

- € 26.299

- € 23.674

- € 22.311

- € 20.306

- € 18.802

- € 20.302

















(3)

Netto vlottende (+) of overschot middelen (-)

-€ 611

€ 524

€ 3.994

€ 8.016

€ 12.204

€ 8.877









(4)

Kasgeldlimiet

€ 6.016

€ 6.172

€ 5.551

€ 5.694

€ 5.800

€ 5.899










Ruimte KGL (4>3)

€ 6.627

€ 5.648

€ 1.556





Overschrijding KGL (3>4)




€ 2.322

€ 6.404

€ 2.978

De limiet wordt bepaald voor korte financiering met een rente-typische looptijd van maximaal 1 jaar en wordt gerelateerd aan het begrotingstotaal.

Renterisico op langlopende schuld (renterisiconorm)

Op grond van de Wet FIDO mag een gemeente van haar langlopende schulden (looptijd >1 jaar) in enig jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal aflossen en/of herfinancieren, wat overeenkomt met een aflossingsperiode van ten minste vijf jaar. Dit is de zogenoemde renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is de herfinanciering van leningen in omvang en tijd te spreiden waardoor de (eventuele) gevolgen van een rentestijging beperkt blijven en de (mogelijke) renterisico’s worden ingeperkt.

In 2027 wordt totaal € 2.665.691 aan langlopende leningen afgelost. Dat is ca. 4% van het begrotingstotaal. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm.

Modelstaat B


RENTERISICONORM (= RRN x 1.000) Rekening 2025 Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028 Begroot 2029 Begroot 2030


Berekening RRN regeling








Omvang begroting/rekening

€ 70.780

€ 72.606

€ 65.304

€ 66.988

€ 68.236

€ 69.404


Percentage regeling RRN

20%

20%

20%

20%

20%

20%


RRN

€ 14.165

€ 14.521

€ 13.061

€ 13.398

€ 13.647

€ 13.881









(1)

Renteherzieningen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

(2)

Aflossingen

€ 959

€ 4.210

€ 2.666

€ 10.179

€ 8.351

€ 1.813

(3)

Renterisico (1 + 2)

€ 959

€ 4.210

€ 2.666

€ 10.179

€ 8.351

€ 1.813

(4)

RRN

€ 14.156

€ 14.521

€ 13.061

€ 13.398

€ 13.647

€ 13.881










Ruimte RRN (4>3)

€ 13.197

€ 10.311

€ 10.395

€ 3.219

€ 5.296

€ 12.068


Overschrijding RRN (3>4)







Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisicovorm in beginsel niet overschrijden. Het overzicht laat zien dat de renterisiconorm van 20% van het begrotingstotaal in meerjarenperspectief niet wordt overschreden.

Renteontwikkeling

Europees monetair beleid

De inflatie in de eurozone is sinds de piek in 2022 sterk gedaald en beweegt zich in 2026 naar verwachting rond de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) van 2% op de lange termijn. Als gevolg hiervan heeft de ECB in 2025 meerdere renteverlagingen doorgevoerd. De verwachting is dat de beleidsrente in 2027 stabiel blijft of beperkt toeneemt, afhankelijk van de economische ontwikkeling, de inflatie en vooral de ontwikkeling op de energie markten.

Vooruitkijkend naar 2027 verwacht de ECB een toename van de inflatie richting de 3,0 % voornamelijk de geopolitieke spanningen en spanningen op de energiemarkt. Dit is het basisscenario van de ECB, maar inflatie, geopolitieke ontwikkelingen en rentebeleid zijn erg volatiel op dit moment en houdt de gemeente daarom nauwlettend in de gaten. De beleidskoers blijft “data-afhankelijk”, wat betekent dat nieuwe renteveranderingen pas volgen als inflatie- of groeicijfers daar aanleiding toe geven.

De herfinancieringsrente staat op 2,40% en de marginale beleningsrente op 2,65%. Herfinancieringsrente is de rente waartegen banken kunnen lenen bij de ECB (basis-herfinancieringsrente) en de basis voor de rente die gerekend wordt op alle financieringsmarkten.

Financieringskosten

Voor de gemeente Midden-Delfland betekent dit dat de financieringslasten voor nieuw aan te trekken leningen naar verwachting licht zullen toenemen ten opzichte van vorig jaar. Dit is afhankelijk van de internationale economische ontwikkelingen en geopolitieke spanningen die bestaan. Daarom volgt de gemeente de renteontwikkeling actief en weegt bij het aantrekken van financiering steeds de voor- en nadelen af van kortlopende en langlopende financiering. De gemeenten toetst daarbij ook altijd de keuzes met de kaders van de Wet Fido.

Inzicht rentelasten/-baten

Het BBV bevat voorschriften voor de verwerking en toerekening van rente. De belangrijkste uitgangspunten zijn:

  • Het aantrekken en verstrekken van een lening betreft een treasury activiteit. De met deze activiteit gepaarde rentelasten en rentebaten behoren op het taakveld Treasury.
  • Over eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend.
  • Als de werkelijke rentelasten in euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast, afwijken van de rentelasten in euro’s die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, kan de gemeente besluiten tot correctie. Bij een afwijking van meer dan 25% tussen de werkelijke rente en de renteomslag vindt een correctie plaats.
  • Het renteschema wordt opgenomen volgens de aanbevelingen van de Commissie BBV. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
  • Vanaf boekjaar 2025 vindt de rentetoerekening aan grondexploitaties plaats volgens de toen aangepaste BBV-systematiek. Aan grondexploitaties mocht tot en met 2023 alleen de rente van externe financiering worden doorberekend. Met ingang van boekjaar 2025 (overgangsjaar 2024) wordt voor grondexploitaties geen onderscheid meer gemaakt in het BBV, waardoor de toerekening plaatsvindt op basis van de reguliere omslagrente. De omslagrente blijft voor het jaar 2027 (afgerond) op 0%.
  • Conform het BBV mag rente aan de taakvelden worden toegerekend op basis van de werkelijke externe rentelasten. Indien geen externe leningen zijn aangetrokken en geen andere externe rentelasten aanwezig zijn, is de renteomslag 0%. De kapitaallasten bestaan dan uitsluitend uit afschrijvingen.

Toerekening rente

Bij projectfinanciering rekent de gemeente de werkelijk betaalde rente rechtstreeks toe aan het betreffende taakveld, volgens de BBV-voorschriften. Dit is van toepassing op de geldleningen voor de aankoop van erfpachtgronden. De rente van deze leningen moet rechtstreeks worden doorbelast naar het taakveld beheer overige gebouwen en gronden.

Financieringspositie en rentekosten

Met het rente-omslagpercentage rekent de gemeente rentekosten aan vaste activa. In dit percentage zit zowel betaalde als ontvangen rente verrekend. Op het rente-omslagpercentage zijn aanpassingen in de BBV-voorschriften van belang.

De gemeente voldoet aan de BBV-richtlijnen voor rentetoerekening. Door de combinatie van projectfinanciering, schatkistbankieren en de beperkte algemene financieringsbehoefte blijft de renteomslag in 2027 vastgesteld op 0%. De ontwikkeling van de marktrente wordt gevolgd, maar leidt op dit moment niet tot een aanpassing van het treasurybeleid. Op dit moment is het rente-omslagpercentage 0% en blijft deze voor de begroting 2027 gehandhaafd.

Renteschema jaarrekening 2027

Rente schema 2026



a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering




€ 1.604.417







b.

De externe rentebaten (idem)



-/-

€ 744.083


Saldo rentelasten en rentebaten




€ 860.334







c.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€ -










De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld
moet worden toegerekend (rente aankoop gronden)

-/-

€ 1.573.482







-/-

€ 1.573.482






- € 713.148







d.1

Rente over eigen vermogen




€ 45.792

d.2

Rente over voorzieningen




€ -


Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente




- € 667.356







e.

De aan taakvelden toe te rekenen rente (rente omslag)



-/-

€ -

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury




- € 667.356

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille langer dan één jaar heeft per 1 januari 2027 een omvang van € 95,8 miljoen (waarvan € 82,8 miljoen direct gekoppeld aan erfpacht).

Het grootste gedeelte van de leningenportefeuille zijn projectfinancieringen voor aankoop gronden. Aangekochte gronden bedrijvenschap HarnaschPolder zijn in erfpacht uitgegeven. Voor de financiering van aankoop van deze gronden en de betaling van de overeengekomen afkoopsommen voor renteverschillen zijn leningen aangetrokken. Het financieel risico is beperkt omdat erfpachtinkomsten (canon) hoger zijn dan de rentekosten.

Overzicht van schulden O/G 2027 met een looptijd langer dan één jaar.

Omschrijving Oorspronkelijk geldlening Laatste aflossing Rente % Restantbedrag geldleningen
1-1-2027
Rente 2027 valutair Aflossing 2027 Restantbedrag geldleningen
31-12-2027

Onderhandse leningen:








BNG 40.115448

€ 5.000.000

15-2-2032

0,835%

€ 3.000.000

€ 25.576

€ 500.000

€ 2.500.000

Totaal




€ 3.000.000

€ 25.576

€ 500.000

€ 2.500.000

Projectfinancieringen:








BNG 40.111437

€ 7.429.045

2-7-2029

1,245%

€ 7.429.045

€ 92.492

€ 0,-

€ 7.429.045

BNG 40.111438

€ 1.566.123

1-7-2029

0,800%

€ 483.008

€ 3.320

€ 159.722

€ 323.287

BNG 40.112090

€ 6.751.680

1-7-2052

1,770%

€ 6.751.680

€ 119.505

€ 0,-

€ 6.751.680

BNG 40.112091

€ 2.381.266

1-7-2052

1,570%

€ 1.973.055

€ 30.486

€ 62.035

€ 1.911.020

BNG 40.112379

€ 15.983.210

1-7-2044

1,760%

€ 15.983.210

€ 281.305

€ 0,-

€ 15.983.210

BNG 40.112494

€ 1.621.575

3-1-2039

1,598%

€ 1.621.575

€ 25.913

€ 0,-

€ 1.621.575

BNG 40.112836

€ 13.293.280

1-7-2053

1,360

€ 13.293.280

€ 180.789

€ 0,-

€ 13.293.280

BNG 40.112837

€ 6.804.774

1-7-2053

1,140%

€ 5.609.679

€ 62.924

€ 178.601

€ 5.431.078

BNG 40.113745

€ 10.000.000

1-4-2070

0,500%

€ 10.000.000

€ 50.000

€ 0,-

€ 10.000.000

BNG 40.116969

€ 9.260.626

27-12-2028

2,625%

€ 9.260.626

€ 243.091

€ 0,-

€ 9.260.626

BNG 40.117137

€ 7.419.611

07-03-2074

2,929%

€ 7.419.611

€ 217.320

€ 0,-

€ 7.419.611

NWB 1.0040370

€ 200.000

23-02-2042

3,245%

€ 173.333

€ 5.359

€ 13.333

€ 160.000

BNG 40.118063

€ 1.050.000

31-12-2030

2,970%

€ 1.050.000

€ 31.185

€ 0,-

€ 1.050.000

BNG 40.11841

€ 1.752.000

31-3-2027

2,35%

€ 1.752.000

€ 10.152

€ 1.752.000

€ 0,-

BNG 40.448665

€ 10.000.000

7-2-2028

2,25%

€ 10.000.000

€ 225.000

€ 0,-

€ 10.000.000

Totaal




€ 92.800.102

€ 1.578.841

€ 2.165.691

€ 90.634.412









Totaal vaste schulden:




€ 95.800.102

€ 1.604.417

€ 2.665.691

€ 93.134.412



Leasing

Voor vervoermiddelen en printers zijn leasecontracten afgesloten. In het leasebedrag is een rentebedrag verdisconteerd.

Uitgezette geldleningen

Hieronder worden de twee grootste uitzettingen (leningen U/G) van de gemeente toegelicht.

  1. In 1988 heeft de voormalige gemeente Schipluiden een geldlening verstrekt die inmiddels is overgegaan op de Royal Bank of Scotland (RBS). De lening heeft een vaste looptijd van 50 jaar en een rentepercentage van 8,15%, waarmee jaarlijks circa € 637.000 aan rente wordt ontvangen.

Binnen het huidige treasurybeleid past het verstrekken van dergelijke leningen niet meer. De lening is echter historisch van aard en wordt tot het einde van de looptijd aangehouden. De kredietwaardigheid van de debiteur wordt periodiek beoordeeld. Op basis van de huidige inzichten bestaat geen aanleiding de lening vervroegd te beëindigen.

  1. De gemeente heeft daarnaast een geldlening van € 1,4 miljoen uitgezet bij de Nederlandse Waterschapsbank tegen een rentepercentage van 7%. Deze lening genereert jaarlijks circa € 95.000 aan rente-inkomsten. Gezien de kredietwaardigheid van de NWB wordt het kredietrisico als zeer beperkt beoordeeld.

Overzicht van leningen U/G 2027 met een looptijd langer dan één jaar.

Omschrijving Oorspronkelijk
geldlening
Laatste
aflossing
Rente
%
Restantbedrag
geldleningen
1-1-2027
Ontvangen
Rente
2027
Aflossing
2027
Restantbedrag
geldleningen
31-12-2027

Leningen U/G








Royal Bank of Schotland (RBS)

€ 7.714.264

1-7-2038

8,150%

€ 7.714.264

€ 628.712

€ 0,-

€ 7.714.264

Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB)

€ 1.361.341

1-9-2043

7,000%

€ 1.361.341

€ 95.294

€ 0,-

€ 1.361.341

Delflandshof Cooperatie U.A.

€ 293.000

31-1-2049


4,64%


€ 274.217

€ 12.983

€ 7.063

€ 267.154

T.V. de Commandeur

€ 200.000

20-5-2039

3,80%

€ 173.333

€ 7.093

€ 13.333,-

€ 160.000

Totaal

€ 9.568.604



€ 9.523.155

€ 744.082

€ 20.396

€ 9.502.758

Liquiditeit

De liquiditeitspositie van de gemeente Midden-Delfland blijft de komende jaren beperkt. Door investeringen en het verloop van kasstromen is het noodzakelijk de liquiditeitsontwikkeling actief te monitoren en, waar nodig, gebruik te maken van kortlopende financiering.

De gemeente maakt, binnen de wettelijke kasgeldlimiet zoals toegelicht in deze paragraaf, gebruik van kortlopende financiering om tijdelijke liquiditeitstekorten op te vangen.

Naar verwachting zal de gemeente in de komende jaren gebruikmaken van de beschikbare kas middelen en kasgeldlimiet. Wanneer de financieringsbehoefte structureel wordt, wordt deze omgezet in langlopende financiering.

Kasgeldleningen vormen, binnen de wettelijke kaders, een doelmatig instrument om tijdelijke liquiditeitstekorten op te vangen. Door de relatief lage financieringskosten en de flexibiliteit sluiten zij goed aan bij de huidige liquiditeitsbehoefte van de gemeente. De liquiditeitsontwikkeling wordt continu gemonitord zodat tijdig kan worden bijgestuurd.

Liquiditeitsplanning 2027 2028 2029 2030

Prognose aan te trekken kasgeld

Max. 5 mln.

Max. 5 mln

Max. 5 mln

Max. 5 mln

Langgeld (incl. projectfinanciering)

€ 93 mln

€ 82,9 mln

€ 74,6 mln

€ 72,8 mln


Kredietrisico en garanties

Kredietrisico’s

Naast renterisico's loopt de gemeente kredietrisico's op verstrekte geldleningen, verleende garanties en deelnemingen. Deze risico's worden beheerst door periodieke financiële beoordelingen en toepassing van de gemeentelijke treasury- en subsidieregelingen.

Verenigingen

Om het kredietrisico voor de gemeente te beheersen dienen verenigingen en maatschappelijke instellingen jaarlijks hun begroting en jaarrekening in. Daarnaast wordt jaarlijks de omvang van de uitstaande leningen vastgesteld.

Gemeentegaranties

De aanspraken op verleende gemeentegaranties zijn onderverdeeld in enerzijds garanties die zijn verstrekt voor geldleningen die zijn aangetrokken door maatschappelijke instellingen in onze gemeente, zoals (sport)verenigingen en anderzijds verleende garanties voor de bevordering van het eigen woningbezit (zowel particulieren als woningbouwcorporaties). De gemeente beoordeelt garantstellingen periodiek op financiële risico's en publieke meerwaarde.

WSW

Voor woningcorporaties fungeert het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) als borgsteller. De gemeente heeft hiervoor een achtervangovereenkomst gesloten. Door de financiële waarborgen binnen het WSW wordt het risico voor de gemeente beperkt geacht. De sinds 2021 geldende achtervangovereenkomst versterkt deze risicobeheersing verder.

De VNG, BZK en WSW hebben gewerkt aan een nieuwe achtervangovereenkomst. De wijzigingen komen erop neer dat de kans (nog) kleiner moet zijn dat de achtervangers – het rijk en de gemeenten – in de bres moeten springen om WSW overeind te houden. In plaats daarvan moeten de WSW en de corporatiesector zich vooral zelf zien te bedruipen als de borging van schulden in het geding komt.

Deze nieuwe overeenkomst geldt voor alle geborgde geldleningen die een deelnemer van het WSW aangaat vanaf 1 augustus 2021. Onze gemeente is deze nieuwe overeenkomst aangegaan met WSW. Daarmee is het ook in de toekomst mogelijk dat Stichting Wonen Midden-Delfland leningen kan aantrekken tegen een aantrekkelijk rentetarief om te investeren in sociale huurwoningen.

Deelnemingen

Voor het uitoefenen van de publieke taak bezit de gemeente aandelen in de BNG Bank, Gemeenschappelijk Bezit Evides en N.V. JUVA. Deze deelnemingen zijn tegen nominale waarde opgenomen. Gezien de financiële positie van deze ondernemingen wordt het kredietrisico als beperkt beoordeeld.

HuisVuilCentrale (HVC)

De gemeente staat (mede) garant voor de leningen van HVC. De gemeente ontvangt hiervoor jaarlijks een garantstellingsprovisie van HVC (jaarlijks ca. € 31.000). De deelname aan HVC vloeit voort uit het feit dat Midden-Delfland deel uitmaakt van de verbonden partij Avalex.

Relatiebeheer

Voor het reguliere betalingsverkeer maakt de gemeente gebruik van de diensten van de BNG Bank. Onderdeel van deze dienstverlening is een kredietfaciliteit van € 2 miljoen. Tot deze limiet kan de gemeente tegen een gunstig rentepercentage daggeld opnemen. Daarnaast is er nog een rekening bij de Rabobank.

Overig

De gemeente Midden-Delfland maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten.