Omgevingsvisie en omgevingsplan
Gemeenten zijn verplicht om onder de Omgevingswet een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan op te stellen.
De Omgevingsvisie 2.0 bouwt voort op de huidige Omgevingsvisie 1.0, waartoe met de raad het participatietraject wordt bepaald. De Toekomstvisie 2050 is een basis voor de Omgevingsvisie 2.0, met een integrale verbreding op alle maatschappelijke opgaven. De Omgevingsvisie dient volgens de invoeringswet uiterlijk 1 januari 2027 vastgesteld te zijn.
Het Omgevingsplan dient uiterlijk 1 januari 2032 vastgesteld te zijn. Opstelling ervan start na vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0. Al eerder zal de raad een besluit nemen over de beslisruimte die zij aan zich wil houden of juist wil vrijgeven aan de inwoners en ondernemers.
Woningbouw
Om vitale dorpen te behouden zijn na 2030 nieuwe woningbouwlocaties nodig. Hierbij zal eerst bezien worden of dat in de bestaande kernen kan. Indien dat niet kan zullen andere locaties gezocht moeten worden, echter met behoud van de landschappelijke kwaliteiten die Midden-Delfland voor de regio bijzonder maken. De potentiële locaties zullen met de raad afgestemd worden. Zodoende is er ruimte voor een integrale politiek-bestuurlijke afweging omtrent potentiële woningbouwlocaties voor na 2030.
De woningmarkt staat nog steeds onder druk als gevolg van (macro-)economische ontwikkelingen. Het woningtekort, stijgende rente, toenemende bouwkosten en onzekerheid over het beleid van het Rijk spelen hierbij een rol. Deze ontwikkelingen hebben effect op de ruimtelijke ontwikkeling en woningbouwactiviteiten in het bijzonder.
Rijk en provincie bieden diverse subsidiemogelijkheden aan voor stimulans van de woningbouwprogrammering. Het gaat om bijdragen die een impuls moeten geven aan het versnellen van woningbouw of oplossen van knelpunten bij de realisering ervan. Wij zetten ons nog steeds in om deze externe financiering te ontvangen.
Water en bodem
Water en bodem zijn de komende jaren een belangrijk thema. Het landschap van Midden-Delfland levert een waardevolle bijdrage voor onze gemeente en de regio aan het vasthouden van water in relatie tot bodemdaling, en het voorkomen van wateroverlast in bebouwd gebied. De gemeente Midden-Delfland heeft een belangrijke rol om dit thema samen met regionale partners gestalte te geven in het zogenaamde Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad binnen het nationale omgevingsbeleid, en de Omgevingsvisie van de provincie.
‘Water en Bodem Sturend’ is door het Rijk en de provincie omarmd als ordeningsprincipe in de ruimtelijke ordening. De kwaliteiten van bodem en ondergrond worden nog onvoldoende meegenomen bij het oplossen van maatschappelijk opgaven. Aspecten die aandacht zullen moeten krijgen in onze Omgevingsvisie 2.0 zijn onder meer: tegengaan wateroverlast (inclusief waterberging), verhogen grondwaterpeil in veenweidegebieden en tegengaan oxidatie van veen door het scheuren van grasland, mogelijke bescherming nieuwe drinkwaterbronnen, en klimaatbestendigheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Door de stijging van de zeewaterspiegel verschuift ook de verziltingsgrens landinwaarts, met consequenties voor Midden-Delfland. De opgaven met betrekking tot water en bodem vragen samenwerking met alle gebiedspartijen, met name het Hoogheemraadschap.
Binnen de regionale uitwerking voor de provincie Zuid-Holland (ZH-PLG) worden de belangen van natuur, water, stikstof en klimaat als randvoorwaarde voor een vitaal platteland samengebracht. Onder andere (grond)water is een belangrijk thema, ook voor Midden-Delfland. Zo wordt op basis van de Kader Richtlijn Water (KRW, 2027) de aanpak voor waterkwaliteit geïntensiveerd. De doelen van de KRW liggen momenteel buiten bereik, terwijl een goede waterkwaliteit van belang is voor de biodiversiteit, volksgezondheid en de kringlooplandbouw. Er wordt ook in beeld gebracht wat de impact is van de grondwaterstand in de veenweiden op een aantal factoren. De provincie is hiertoe een belangrijke partner.
Klimaatadaptatie en waterkwaliteit
Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen van onze leefomgeving aan het veranderende klimaat en grilliger weer. We hebben doelstellingen op het gebied van Klimaatadaptatie (klimaatbestendig in 2050 volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) en waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water). Dit zijn resultaatverplichte doelstellingen in 2027 voor grote wateren zoals vaarten en kanalen en inspanningsverplichte doelstellingen voor overig water en biodiversiteit. Dit laatste betreft het verbeteren van de biodiversiteit op kades en langs oevers. De maatregelen voor klimaatadaptatie zullen conform de Strategie klimaatadaptatie Midden-Delfland 2021-2026 uitgewerkt worden in een uitvoeringsprogramma. Deze maatregelen zullen het benaderen van de gewenste doelstellingen versnellen, naast de al bestaande klimaatadaptieve projecten.
Energietransitie
De energietransitie is een grote uitdaging. Voor de energietransitie wordt het accent gelegd op het stimuleren van duurzame energie en op inzet van warmte. In 2026 wordt het Warmteprogramma (voorheen Transitievisie Warmte) geactualiseerd, waarin toegewerkt wordt naar een buurtgerichte aanpak.
Conform het meerjarig uitvoeringsprogramma energietransitie, is gestart met energiecoaches die buurtbewoners adviseren over energiezuinig wonen. We helpen inwoners bij het verduurzamen van hun woningen via het Regionaal Energieloket en EnergieC Midden-Delfland. Veel inwoners hebben al de weg gevonden naar deze initiatieven, maar er is nog veel te doen.
Recreatie en toerisme
Het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland heeft een belangrijke waarde voor de eigen inwoners maar juist ook voor de inwoners van de omliggende steden. De waarde voor recreatie en toerisme gaat hand in hand met het belang van het beschermen en onderhouden van het landschap.
Om de recreatieve functie te versterken dienen de bekendheid, toegankelijkheid en beleefbaarheid van het gebied vergroot te worden. Het gebied kan aantrekkelijker gemaakt worden door toevoeging van onder meer wandel- en fietspaden, en activiteiten of functies die gericht zijn op natuurbeleving, lokale voedselproductie of educatie.
Om keuzes te kunnen maken in de balans tussen behoud van de kwaliteiten van het landschap en bevordering van recreatief medegebruik zal beleid voor recreatie en toerisme opgesteld worden. Dit kan ten laste van de resterende inkomsten van toeristenbelasting. De inkomsten van toeristenbelasting zal inclusief jaarlijkse indexering een redelijk stabiele inkomstenbron zijn, die grotendeels besteed wordt ter dekking van stichting PUUUR. Door de raad is eerder bepaald dat niet bestede inkomsten uit toeristenbelasting beschikbaar blijven voor toerisme en recreatie. Het opvolgende uitvoeringsprogramma toerisme en recreatie zal gepaard gaan met een financiële raming die voorgelegd zal worden aan de raad. Dan wordt bezien of het voeden van het uitvoeringsprogramma uit inkomsten van toeristenbelasting kan komen, naast de financiële stromen via de Landschapstafel.
Monumenten en archeologie
In het kader van het Interbestuurlijke Toezicht (IBT) is de provincie gestart met een nieuwe wijze van toezicht voor het toezichtgebied Monumenten en Archeologie, zoals beschreven in haar Uitvoeringsprogramma IBT. Het toezicht wordt één keer per jaar uitgevoerd aan de hand van 4 indicatoren, die mede een beeld moeten geven van de mate waarin de gemeente is toegerust op de uitvoering van het taakveld Monumenten en Archeologie binnen de context van de Omgevingswet. Op dit moment is nog niet aan te geven of dit structureel financiële consequenties heeft voor de gemeente.
Spoorverdubbeling
Tussen Delft en Schiedam is een spoorverdubbeling gepland van het tracé dat het landschap van Midden-Delfland doorsnijdt. ProRail heeft de projectleiding. Onze samenwerking met ProRail is gericht op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en een kwalitatief verantwoorde uitvoering, zodat de spoorverdubbeling gepaard gaat met compensatie voor eventueel aangetaste waarden en tevens een plus oplevert voor de belevings-, gebruiks-, en toekomstwaarde het landschap.
Eind 2023 is een propositie opgesteld (met financiering door de aangesloten partijen), waarvan de uitwerking op dit moment gaande is. De Landschapstafel heeft een procesbegeleider/programmamanager aangesteld, om binnen het speelveld van uiteenlopende belangen ervoor te zorgen dat de propositie op een constructieve wijze doorwerkt in de verdere uitwerking van de spoorverdubbeling. Doel is een integrale aanpak voor de bereikbaarheid, de verstedelijkingsopgave en behoud of versterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap Landschap, waar alle partners van de Landschapstafel achter staan. Dit heeft geleid tot een samenwerking met betrokken partijen, waaronder ProRail, om uiteindelijk voldoende financiële dragers vanuit het Rijk, provincie of regio te genereren om de kwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap te behouden of te versterken. Onze gemeentelijke bijdrage gaat vooralsnog via de Landschapstafel. Indien aanvullende middelen nodig zijn om ons doel te bereiken zal dat separaat of via de P&C-cyclus aan de orde gesteld worden.
Ecologie en biodiversiteit
De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet. Het beschermingsniveau voor flora en fauna blijft hetzelfde, echter het stelsel van de Omgevingswet biedt andere mogelijkheden voor generieke of gebiedstoestemming. Het instrument Soortenmanagementplan (SMP) is een instrument dat dient als ecologische onderbouwing bij verlenen van een gebiedsgerichte/generieke ontheffing door de provincie. Het SMP is gebaseerd op uitgebreid veldonderzoek naar beschermde soorten en de functies van het plangebied. In het SMP worden voorwaarden en maatregelen opgenomen waarmee de staat van instandhouding van (beschermde) soorten wordt geborgd tijdens de uitvoering van eventuele activiteiten gedurende een langere periode, en hoe met de aanwezige (beschermde) soorten en hun leefgebied wordt omgegaan.
Een generieke of gebiedsontheffing bespaart op den duur tijd en geld bij eventuele ontwikkelingen, bijvoorbeeld verduurzaming van gebouwen. Wij stimuleren verduurzaming en willen tegelijkertijd rekening houden met beschermde diersoorten die in deze gebouwen leven. Een soortenmanagementplan kan voorkomen dat per pand een ontheffing of vrijstelling aangevraagd dient te worden.
Door fasegewijs soortenmanagementplannen per nader af te bakenen gebied, zoals de dorpen en het landelijk, op te stellen wordt ecologisch beleid voor Midden-Delfland vorm gegeven. Hiervoor zijn incidenteel middelen nodig.