Toezichthouder en handhaving
Wij willen dat zoveel mogelijk van onze inwoners zelfstandig in hun levenshoud kunnen voorzien. Hiertoe zetten wij in op uitstroom uit de uitkering door verschillende maatregelen, zoals begeleiding naar werk, opleiding en inzet op re-integratie. Ook handhaving draagt bij aan het terugdringen van uitkeringslasten: door toezicht en handhaving voorkomen we dat er uitkeringen ten onrechte worden verstrekt, kunnen we uitkeringen beëindigen die ten onrechte zijn verstrekt, en geven we een krachtig preventief signaal af.
Afgaande op het aantal signalen en de beschikbare capaciteit van onze handhaver, verwachten wij dat een uitbreiding van uren handhaving zichzelf ruimschoots terugbetaalt aan besparing op de uitkeringslasten. Om die reden stellen wij in deze kadernota een intensivering op handhaving voor.
Doorlichting bijstandsbestand op voorliggende voorzieningen
Wij willen in 2025 het uitkeringsbestand laten doorlichten op cliënten die in aanmerking zouden kunnen komen voor een voorliggende voorziening (concreet: een uitkering onder een ander uitkeringsregime dan de gemeente). Inwoners die recht hebben op een andere uitkering (bijv. van UWV) ontvangen dan geen uitkering meer van de gemeente. Dit leidt direct tot een besparing voor de gemeente. Voor de inwoner is het voordeel dat hij/zij een uitkering heeft die qua rechten en plichten beter bij zijn/haar situatie past.
Het zal veelal gaan om uitkeringen rond arbeidsongeschiktheid. Dit is zeer complexe materie, deze kennis is niet in huis. Wens is dat er ook wordt gedaan aan kennisoverdracht aan klantmanagers, zodat de kennis beklijft in de organisatie. De ervaring van aanbieders is dat gemeenten zo’n 2,5% kunnen besparen op hun uitgaven. Een voorzichtige schatting voor MD komt uit op een besparing van de uitkeringslasten van 180.000 met ingang van 2026.
Economische versterking door samenwerking
De beschikbare ruimte is beperkt en de algemene welvaart in Zuid-Holland blijft achter ten opzichte van andere provincies. Daarom zal de ondersteuning van economische initiatieven in de toekomst selectiever zijn. Dit in tegenstelling tot het huidige provinciale beleid, waarbij in principe alle vraag naar bedrijfsruimte wordt ondersteund (tot een bepaald maximum). Het areaal aan ruimte voor bedrijfsmatige activiteiten zal in de provincie niet mogen verminderen. Echter bedrijfsinitiatieven moeten wel passen bij het lokale en regionale economische profiel, bijdragen aan brede welvaart en aan een duurzame economie in 2050.
Om voor Midden-Delfland te bepalen welk economisch profiel wij voorstaan en welk profiel toekomstbestendig is binnen de regionale context, zetten we in om een economisch beleid in de Dorpsvisies op te nemen. Op basis van dit beleid kan vervolgens een strategie uitgevoerd worden die op een duurzame wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Midden-Delfland. Belangrijk voor een toekomstbestendige economie is om te kunnen meebewegen met (inter)nationale ontwikkelingen, de technische mogelijkheden en de kansen die al dan niet latent aanwezig zijn in Midden-Delfland. Een positieve grondhouding ten opzichte van innovatie, met behoud van de identiteit van onze dorpen en kwaliteit van het landschap, is een belangrijke voorwaarde.
Gebiedsmarketing
De naamsbekendheid van Midden-Delfland is een belangrijke pijler onder het bestaansrecht van het landschap, en versterkt de agrarische - en recreatieve activiteiten die ontplooid worden. Dit kan bijdragen aan onder meer de vrijetijdseconomie.
In 2024 is een evaluatie over de uitvoering van gebiedsmarketing in Midden-Delfland afgerond. Op basis van deze resultaten wordt vorm gegeven aan een strategie voor de uitvoering van gebiedsmarketing vanaf 2025/2026. We streven ernaar de effectiviteit van gebiedsmarketing nadrukkelijker af te stemmen op de doelen die zijn verwoord in de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025. Deze worden verwerkt in de Omgevingsvisie 2.0. Hierin worden actuele doelstellingen op het gebied van recreatie en toerisme opgenomen, die kunnen bijdragen aan de vrijetijdseconomie.
Bedrijvenschap Harnaschpolder
We overleggen met gemeente Den Haag en Bedrijvenschap HarnaschPolder over het beëindigen van de Gemeenschappelijke regeling HarnaschPolder, die op basis van de huidige inzichten eind 2025 geformaliseerd zal worden.
De financiële gevolgen hiervan zijn nog onbekend, maar de voorziening voor een bijdrage aan het negatieve exploitatietekort zal geactiveerd worden bij de liquidatie. De liquidatie kan ook leiden tot kosten en opbrengsten bij de overname en afronding van resterende werkzaamheden, zoals eigendommen, civieltechnische werkzaamheden, administratieve werkzaamheden en juridische procedures.