Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kadernota 2026-2029 Kadernota 2026-2029

Financieel uitgangspunt & kader begr. 2026 - 2029

Zoals genoemd in het Coalitieakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 voeren wij een duurzaam financieel beleid met een structureel financieel sluitende begroting. Structurele uitgaven dekken wij met structurele inkomsten. Hierbij hanteren wij het principe dat de gemeente het geld beheert namens de samenleving. Daarom ook streven we ook naar een beperkte ontwikkeling van de lastendruk voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven.

Middelen die het weerstandsvermogen en de budgetbehoefte overstijgen, kunnen ingezet worden voor de samenleving. We behouden daarbij het streven naar een weerstandsvermogen met een ratio die zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 (dit kwalificeert als ‘voldoende’) bevindt.

Om in aanmerking te komen voor repressief toezicht door de provincie moet sprake zijn van een sluitende Begroting 2026 of anders een sluitend meerjarenperspectief 2027-2029. Wij streven in beginsel naar een structureel sluitende begroting voor alle jaren. Echter, op basis van de (voorlopige) begrotingsaldi in deze Kadernota 2026-2029 is het ‘vertrekpunt’ voor al van deze jaren negatief. Voor een groot deel is dit het gevolg van het (nog altijd) uitblijven van een volledige en structurele compensatie door het Rijk van gemeentelijke taken (zie verder onder ‘Financieel perspectief’).

Hoewel wij altijd streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, ligt onze focus eerst op een sluitende Begroting 2026. Mocht dit niet haalbaar blijken, zetten we in op een sluitend meerjarenperspectief 2027-2029, waarbij in elk geval 2029 structureel sluitend is.

Voor de Begroting 2026-2029 hanteren wij de volgende kaders:

a) De Begroting 2026 is materieel in evenwicht (ofwel: reëel sluitend); structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

b) Wanneer de Begroting 2026 niet sluitend kan worden, is in elk geval het begrotingsjaar 2029 materieel in evenwicht.

c) Hoewel ons dit tijdelijk, vanuit het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv), is toegestaan zien we in principe af van het structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting.

d) Incidentele lasten kunnen gedekt worden door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve).

e) Wij baseren ons in de Begroting 2026 en MJP 2027-2029 op de prijsindex uit de meicirculaire *.

f) De Begroting 2026 en MJP 2027-2029 bevat geen taakstellingen of stelposten**.

g) De Begroting 2026 en MJP 2027-2029 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma.

h) Uitgangspunt voor de OZB is een structurele opbrengststijging van 3% per jaar + een incidentele extra stijging van 2%. ***

i) Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk.****

j) Voor de toeristenbelasting blijven de tarieven van 2025 in 2026 gehandhaafd*****:

  • € 1,00 per overnachting per persoon in een kampeermiddel.
  • € 1,50 per overnachting per persoon voor een overnachting in een inrichting niet zijnde een kampeermiddel.


* Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi). Voor de loonontwikkeling hanteren wij de (verwacht binnenkort vast te stellen) CAO. Deze halen wij uit de meicirculaire 2025. De gevolgen van de meicirculaire zijn op het moment van aanbieden van deze Kadernota nog niet bekend.

** Wij hanteren geen stelposten tenzij deze uitdrukkelijk als mogelijkheid aangegeven worden door bijvoorbeeld de VNG.

*** Tijdens de behandeling van de Kadernota en begroting 2025 heeft de raad gesproken over het handhaven van de structurele opbrengststijging van 3%. Dit is de bestendige lijn om evenwichtige lokale lastendruk en opbrengst te bereiken. Wij stellen daar bovenop nu een extra incidentele stijging van 2% voor gezien onze huidige financiële positie.

**** Voor het tarief rioolheffing 2026 betekent dit een indexering van het tarief voor 2025. Voor de afvalstoffenheffing zal een forsere stijging nodig zijn. De hoogte van de stijging is onder meer afhankelijk van de haalbaarheid van invoering Restafvaltarief per 1 januari 2026.

***** Bij de maatregelen ziet u wel het voorstel tot verhoging vanaf 2027. De raad heeft bij de invoering van de toeristenbelasting’ (onder meer) besloten dat tarieven voor 2 jaar worden vastgesteld. Daarom stellen wij u geen wijziging voor 2026. Hiermee geeft u zekerheid aan de ondernemers die de toeristenbelasting moeten incasseren en afdragen. Voor 2027 stellen wij u volgend jaar een absolute tariefstijging voor en voor 2028 en verder een indexering van de tarieven.