Digitale Transformatie
In onze digitale transformatie versterken we de wendbaarheid en weerbaarheid van onze organisatie, de medewerkers en de onderliggende technische infrastructuur. We hebben dit opgedeeld in twee samenhangende programma’s:
Programma 1: I-Organisatie.Dit programma richt zich op de gemeentebrede rollen en functies, het professionaliseren van portfoliomanagement en het inrichten van heldere governance. Onderwerpen die daarbij relevant zijn:
-
- Rollen & functies: Inventariseren en beschrijven van benodigde taken en autorisaties.
- Portfoliomanagement: Portfolio-opzet en -prioritering om projecten overzichtelijk te beheren.
- Governance: Proces- en besluitvormingsstructuur voor samenhangende digitale projecten.
Uitgevoerde onderzoeken hebben een kwantitatieve vraag aan fte voor functioneel beheer in beeld gebracht. Voor de huidige krapte in functioneel applicatiebeheer is in de begroting al ruimte gereserveerd voor het sociaal domein en het KlantContactCentrum. Voor het overige ervaren tekort zetten we eerst in op opleiding en eenduidige functie- en taakomschrijvingen voor de functioneel beheerders. Na 1,5 jaar evalueren we vervolgens of aanvullende formatie nodig is, mede gelet op de impact van verSAASing van applicaties.
Programma 2: Eigentijdse ICT. De vervanging van ons datacenter is afgerond. Deze stond gepland voor oplevering vóór 1 juni 2025 en deze planning is gehaald. Deze vernieuwing vormt de technische basis voor alle digitale vernieuwingen. Belangrijkste gevolgen:
- Financiële verschuiving: van eenmalige investeringen (Capex) naar doorlopende dienstverleningskosten (Opex).
- Beheer en contracten: aanpassing van de beheerafspraken in de samenwerkingsovereenkomst met Westland.
We onderzoeken momenteel de beste borging van deze nieuwe beheervorm.
VerSAASing
De overstap naar Software-as-a-Service is een strategische pijler. Gemeenten winnen hiermee aan schaalbaarheid, flexibiliteit en eenvoudiger onderhoud. Tegelijk vraagt verSAASing om nieuwe rollen en vaardigheden binnen het applicatiebeheer. Daarnaast vraagt het zorgvuldige selectie en risicobeheersing bij het kiezen van serviceproviders.
Digitale weerbaarheid
Geopolitieke spanningen, toegenomen cyberdreigingen en verstoringen in toeleveringsketens maken digitale weerbaarheid cruciaal. We richten ons op:
- Informatiebeveiliging: naleving van landelijke en Europese wet- & regelgeving.
- Risicomanagement: periodieke risico- en scenario-analyses.
- Autonomie en wendbaarheid: technische én beleidsmatige maatregelen om afhankelijkheden te beperken.
We volgen hierin de landelijke en Europese wet- en regelgeving, maar ook zelf nauwlettend onze risico’s in de gaten.
AI
Met AI kunnen we efficiency en dienstverlening verbeteren, maar we zijn ons bewust van de risico’s: zoals bias in data en privacy- en beveiligingsvraagstukken. Daarnaast stelt AI hoge eisen aan rekenkracht en opslag. Daarom is een goede technische infrastructuur belangrijk. Met het programma Eigentijdse ICT hebben we de technische basis voor AI gelegd. Vanaf dat moment investeren we verder in kennis en goede data. Slechte data zorgen namelijk voor slechte resultaten.
We verkennen de mogelijkheden van AI in een afgeschermde omgeving. Op basis van de bevindingen stellen we een AI-beleid op met heldere kaders voor transparantie, veiligheid, ethiek, duurzaamheid en optimale dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Vooruitlopend daarop zetten we wel in op het veilig gebruik van AI voor tekstredactie.
Informatiebeveiliging
Dreigingen & uitdagingen
Informatiebeveiliging beschermt de data van inwoners, ondernemers en medewerkers. Het fundament hiervoor moet op orde zijn om tegengewicht te bieden aan alle (digitale) dreigingen. Geopolitieke spanningen en internationale conflicten leggen extra druk op onze ICT-systemen. Deze ontwikkelingen verhogen het risico op cyberaanvallen en verstoringen. Daarom blijven we alert en passen we onze beveiliging voortdurend aan aan veranderende omstandigheden.
Technologische en organisatorische maatregelen
- SIEM & SOC. In 2025 hebben we een Security Information & Event Management (SIEM) en een Security Operations Center (SOC) geïmplementeerd om verdachte activiteiten snel te signaleren en te bestrijden.
- Bewustwording & training. Technologische oplossingen zijn echter niet genoeg. We investeren in regelmatige trainingen en bewustwordingscampagnes over informatiebeveiliging en privacy voor alle medewerkers.
- Risicoanalyse & compliance. Nieuwe ontwikkelingen (AI, verSAASing, grote tech-leveranciers) en strenger wordende wet- en regelgeving (NIS2, Cyberbeveiligingswet, BIO 2.0) vragen om een gedegen risicoanalyse en aanscherping van ons beleid. Dit vertaalt zich in extra aandacht voor audit- en compliance-processen. We volgen actief de richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Continuïteits- en uitwijkvoorziening
Bij langdurige uitval—bijvoorbeeld door een cyberincident of brand—moeten we de dienstverlening kunnen blijven garanderen. De huidige uitwijkoplossing voldoet niet meer aan de actuele eisen. Daarom starten we in 2025 een aanbesteding voor een moderne uitwijkvoorziening voor burgerzaken en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Het doel hiervan is:
- Realiseren van een alternatieve locatie met volledige infrastructuur.
- Waarborgen van ononderbroken dienstverlening bij calamiteiten.
- Voldoen aan de huidige eisen en standaarden op het gebied van informatiebeveiliging en continuïteit.
Zaakgericht werken, Digitalisering & Archivering
Duurzaam en toegankelijk informatiebeheer
Bij onze gemeente staat het zorgvuldig omgaan met informatie centraal. We streven ernaar om alle gegevens op een gestructureerde manier op te slaan, zodat ze eenvoudig terug te vinden zijn en alleen toegankelijk voor medewerkers met de juiste autorisaties. Tegelijkertijd zorgen we dat de informatie niet langer bewaard wordt dan de wet toestaat. Zo behouden we de balans tussen toegankelijkheid en privacy, en blijven onze archieven toekomstbestendig.
Nieuwe Archiefwet: modernisering per 1 juli 2026
Met de Archiefwet die de Tweede Kamer op 18 februari 2025 aannam, verandert ons archiefstelsel ingrijpend. Zo wordt de termijn waarin we dossiers overbrengen naar het gemeentearchief gehalveerd van twintig naar tien jaar. Waar voorheen nog drie argumenten bestonden om vertrouwelijke stukken af te schermen, zijn dat er nu veertien. Bovendien komt er meer nadruk om alles digitaal te archiveren, ook documenten die in specifieke vakapplicaties staan. Deze wetswijziging dwingt ons om onze processen, systemen en opleidingen vanaf 1 juli 2026 grondig te herzien, zodat we voldoen aan alle nieuwe eisen.
Archiveringsbeleid en e-depot
Voor het selecteren en vernietigen van gemeentelijke archiefbescheiden volgen we de Selectielijst Archiefbescheiden Gemeenten en Intergemeentelijke Organen 2020. Hierbij geldt het e-depot als kernvoorziening: dit digitale depot biedt een veilige, gecertificeerde opslag voor al onze digitale documenten. Om te kunnen voldoen aan de versnelde overbrengtermijn en de uitgebreidere openbaarheidstoets, onderzoeken we welke aanpassingen in onze infrastructuur en werkwijzen nodig zijn. Mocht dat extra middelen vergen, dan nemen we dat mee in onze investeringsplannen.
Pilot e-mailarchivering
Actueel is de ontwikkeling van e-mailarchivering. Dit wordt nu door de VNG via een pilot vormgegeven. Dit beoogt een oplossing te bieden voor gemeenten die moeite hebben met het archiveren van e-mail en richt zich op het langdurig bewaren van e-mails van ambtenaren, met name die van sleutelfuncties. Doel hiervan is het vereenvoudigen van het archiveren van e-mails en versterken van de grip op de digitale informatiehuishouding. Uiterlijk in 2028 wordt deze proef geëvalueerd.
Actualisatie samenwerking met Stadsarchief Delft
De gemeente Midden-Delfland heeft een Gemeenschappelijke Regeling met Stadsarchief Delft. Deze dateert uit 2004 en wordt, in combinatie met een dienstverleningsovereenkomst, geactualiseerd qua diensten en kosten om aan de huidige tijd te voldoen. Zo is bijvoorbeeld het e-depot voor de opslag van digitale archieven benoemd en zijn de structurele kosten van advisering- en inspectie-uren al geïndexeerd naar de huidige maatstaven. De dienstverlening is teruggebracht naar wat wettelijk verplicht is.
Personeel & Organisatie
Arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt in Nederland is het afgelopen jaar stabieler geworden en iets minder krap. De verwachting is dat dit de komende jaren zo blijft. De gemeentelijke arbeidsmarkt wijkt hier echter van af. Doordat een groot deel van het gemeentelijk personeel met pensioen gaat en de beroepsbevolking niet meer groeit, blijft het voor gemeenten lastig om talentvolle mensen te vinden. Daardoor komt er meer druk op de dienstverlening te liggen. Vooral managementfuncties en vacatures in het ruimtelijk domein zijn (zeer) moeilijk te vervullen. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen welke invloed de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) op de arbeidsmarkt heeft. Het wordt namelijk lastiger om snel, flexibel en tijdelijk personeel van buiten aan te trekken (inhuur) voor projecten of tijdelijke invulling van vacatures.
De afgelopen jaren hebben wij ingezet op het versterken van ons werkgeversmerk. We zien dat gemeente Midden-Delfland, sneller dan andere gemeenten, talent weet aan te trekken. Dat komt door onze interessante opgaven, het unieke landschap, onze fijnschalige structuur, de welkome cultuur en het afwisselende werk. Dit onderscheidt maakt ons aantrekkelijk voor nieuwe medewerkers.
We blijven de komende jaren inzetten op goede arbeidsmarktcommunicatie en we ontwikkelen een strategie die past bij de huidige en toekomstige arbeidsmarkt. Daarnaast gaan we met andere gemeenten samenwerken op de regionale arbeidsmarkt. Zo zorgen we ervoor dat we genoeg mensen vinden én houden. Daarmee geven we prioriteit aan de uitvoeringskracht en de kwaliteit van onze dienstverlening.
Traineeship als onderdeel van onze arbeidsmarktstrategie
De komende vier jaar verandert ons personeelsbestand. Dat komt doordat medewerkers met pensioen gaan of om andere redenen vertrekken. We weten nu al welke vacatures daardoor vrijkomen. De gemiddelde leeftijd van onze medewerkers is 47 jaar. Dat ligt in lijn met de gemiddelde leeftijd in het openbaar bestuur (tussen de 46 en 51 jaar). Om te zorgen voor een goede mix van jong en ervaren personeel én om op tijd in te spelen op toekomstige vacatures, maakt(e) het traineeship onderdeel uit van onze organisatie. We starten weer met een nieuw traineeship.
In een traineeship krijgen jonge medewerkers de kans om zich te ontwikkelen, zowel in hun werk als persoonlijk. Ze draaien mee op verschillende afdelingen en leren zo de organisatie goed kennen. Met hun frisse blik dragen ze bij aan de uitdagingen van de gemeente. Het traineeship helpt ook om de samenwerking en het vertrouwen binnen de organisatie te versterken. Na afloop van het traineeship kunnen trainees instromen op een functie die vrijkomt.
We stellen voor om dit traineeship incidenteel te bekostigen voor de komende twee jaar. Het budget voor traineeship maakt(e) structureel deel uit van onze begroting. De forse financiële opgave die we hebben, maakt dat we voorstellen om het budget niet meer structureel op te nemen in de begroting en hierop dus bezuinigen. Daarnaast zoeken we naar andere manieren om jong talent aan te trekken, zoals het uitbreiden van ons stagebeleid.
Vitaal werken en duurzame inzetbaarheid
We ontwikkelen een duidelijke visie op vitaal werken binnen de gemeente Midden-Delfland. Het doel is om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Want medewerkers die gezond zijn, met plezier werken én zich kunnen ontwikkelen, blijven langer verbonden aan onze organisatie. Zo kunnen we de uitstroom van personeel beperken.
We investeren in onze mensen door een programma aan te bieden waarin onder andere vitaliteit, verzuim, arbeidsomstandigheden, flexibel (hybride) werken en leren en ontwikkelen samenkomen. Met dit programma stimuleren en ondersteunen we een gezonde leefstijl, zowel lichamelijk als mentaal. We zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving, geven ruimte aan zingeving én maken medewerkers bewust van hun eigen rol in dit geheel. Op deze manier vergroten we de inzetbaarheid van onze medewerkers. Het doel is dat zij productief, gezond én met plezier aan het werk zijn en blijven. We verwachten dat de werkdruk en stress afneemt en het ziekteverzuim daalt als we investeren in vitaal werken. Een daling in het ziekteverzuim levert een besparing op in de kosten. De eerste effecten hiervan verwachten we in 2026 te zien.
Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers wendbaar en veerkrachtig zijn. Zo kunnen zij goed omgaan met veranderingen en bijdragen aan de opgaven van de gemeente. Een goede werk- privé balans draagt hieraan bij. Flexibiliteit van werkplek en werktijden maakt het voor de medewerker mogelijk om de tijd goed te benutten en werk- en privétaken makkelijker te combineren.
Bij duurzame inzetbaarheid hoort ook dat we blijven investeren in opleiding en ontwikkeling. Vanuit het opleidingsbudget betalen we bijvoorbeeld het tweejarige ontwikkelprogramma voor trainees, leiderschapsprogramma’s (MD-trajecten), permanente educatie, en trainingen voor vakinhoudelijke kennis. We willen de ontwikkelmogelijkheden voor onze medewerkers het liefst ongewijzigd behouden, toch stellen we voor om het opleidingsbudget flink te verlagen. De voorgestelde bezuiniging betekent onder meer dat we soberder MD-trajecten aanbieden en kritischer kijken naar overige trainingen en opleidingen. Een deel van de persoonlijke ontwikkelbehoefte kunnen we mogelijk opvangen binnen het (tijdelijke) budget voor duurzame inzetbaarheid.
CAO en loonstijging
Per 1 april 2025 is een nieuwe CAO-Gemeenten. Deze CAO loopt tot en met 31 maart 2027. In de CAO is een structurele salarisstijging van totaal 6,7% afgesproken plus 35 euro nominaal. Deze afspraak is verwerkt in de salarisbegroting 2026 en verder. De reguliere salarisschalen worden als volgt verhoogd:
- 1 april 2025 een loonstijging van 2%
- 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85%
- 1 januari 2026 het bodem uursalaris 16 euro exclusief schaal A (niet van toepassing voor gemeente Midden-Delfland)
- 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen
- 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25%
- 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%
Rechtmatigheid en Control
Met ingang van boekjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. In onze Jaarstukken 2023 heeft het college daarom voor de eerste keer een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Hiermee heeft het college verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente.
De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording legt een grotere nadruk op het naleven van wettelijke en interne voorschriften bij het gebruik van de gemeentefinanciën en vraagt daarom versterking van de controlfunctie. Dit betekent dat er meer aandacht moet worden besteed aan het nauwkeurig vastleggen en controleren van hoe beslissingen worden genomen en middelen worden besteed, om ervoor te zorgen dat deze handelingen in overeenstemming zijn met de geldende wet- en regelgeving. Een versterkte controlfunctie helpt bij het vroegtijdig signaleren van afwijkingen en risico's, en zorgt ervoor dat er effectieve controlesystemen en -procedures worden geïmplementeerd die waarborgen dat de organisatie de verplichtingen op het gebied van rechtmatigheid nakomt. Hierdoor wordt niet alleen de financiële integriteit versterkt, maar wordt ook het vertrouwen van belanghebbenden in de betrouwbaarheid van de organisatie vergroot.
Daarnaast hebben we, naast de dagelijkse zaken, steeds vaker te maken met grote en samenhangende opgaven op verschillende beleidsterreinen die een groot beslag leggen op de capaciteit (onder meer financieel en formatief) van onze organisatie. Om ook die capaciteitsvraag te kunnen beheersen, onderzoeken we hoe we de controlfunctie kunnen versterken.
Wet open overheid
De Wet open overheid (hierna: Woo) verplicht bestuursorganen om maatregelen te nemen voor duurzame toegankelijkheid van digitale documenten. Overheidsorganisaties moeten vóór 1 mei 2030 hun digitale informatiehuishouding op orde hebben. De Woo is bij de gemeente opgenomen in het informatiebeleidsplan 2022-2026 (spoor 'solide huis'). De inrichting van een Woo-coördinatiepunt is sinds implementatie geregeld. Daar is toen geen budgetaanvraag voor gedaan. Nu bijna 2 jaar later merken we dat deze werkzaamheden behoorlijk wat personele capaciteit vraagt, dit in combinatie met het aantal gestegen Woo-verzoeken. In de begroting wordt - zoals eerder aangekondigd - structureel budget aangevraagd voor personele kosten voor de Woo-coördinator (grove inschatting 0,2 FTE). Wat betreft de actieve openbaarmaking, deze verplichting is nog steeds niet van kracht. Volgens de wet moet hiervoor een landelijk platform genaamd PLOOI worden gebruikt. De ontwikkeling van PLOOI is echter gestopt in 2022. Wel blijven we geleidelijk toewerken naar actieve openbaarmaking van 11 informatiecategorieën, zoals in de Woo genoemd, in de komende jaren. Ook dit zal kosten met zich meebrengen. In het gemeentefonds zijn middelen beschikbaar gesteld specifiek voor de implementatie van de Woo.
De Woo staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter stelsel dat gericht is op gelijkheid van informatiepositie tussen burger en overheid. Naast de Woo vraagt ook de implementatie de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV) straks extra personele inzet en project(be)geleiding. Dit wordt nu nog nader ambtelijk nader onderzocht.